Gebruiksaanwijzing Luchtcompressor 93
Nederlands
Omschrijving
1 Inlaatfilter
2 Controleklep
3 Compressor unit
4 Koelslang
5 Voorfilter
6 Condensopvang
7 Diafragma droger
8 Weerstandsproeier
9 Terugslagklep
10 Drukvat
11 Medische lucht uitlaat
12 Input voor standby modus
13 Drukschakelaar
14 Terugslagklep
15 Overdrukklep
Omgevingslucht wordt via het inlaatfilter 1
aangetrokken naar de controleklep 2, in de
compressor unit 3 gecondenseerd en in de
koelslang 4 gekoeld.
De gecondenseerde lucht wordt gezuiverd in het
voorfilter 5. Condens wordt verzameld en
afgevoerd in de condensopvang 6.
Vervolgens droogt de diafragma droger 7 de lucht
tot een dauwpunt van tenminste 5 °C (41 °F) onder
de omgevingstemperatuur.
De vochtige lucht stroomt via de inspuitsproeier 8
en de terugslagklep 9 naar het drukvat 10.
Verwijdering geschiedt via de koppeling 11.
De controleklep 2 wordt onder druk gezet door de
druk in het drukvat en regelt de gegenereerde druk
afhankelijk van het afgetapte volume.
Compressor met stand-by modus (optioneel)
Voor een compressor met stand-by modus, ontrekt
het beademingsapparaat lucht van de centrale
gastoevoer via de koppeling 12, de terugslagklep
14 en de zelfsluitende koppeling 11. De
compressor unit 3 staat op standby.
Als de druk in de centrale gastoevoer beneden de
2,7
±0,2 bar (40±3 psi) valt, schakelt de
drukschakelaar 13 de compressor unit 3 in.
Als de druk in de centrale gastoevoer boven de
3,2
±0,2 bar (46±3 psi) stijgt, schakelt de
drukschakelaar 13 de compressor unit 3 weer uit.
De overdrukklep 15 beschermt de unit tegen
overdruk van de centrale gastoevoer.
034