OPMERKING: indien de symbolen niet leesbaar zijn - De laadtang met rode kleur loskoppelen van de positieve
herinnert men eraan dat de positieve klem diegene is die klem van de batterij (symb. +).
niet verbonden is met het chassis van het voertuig. - De batterijlader wegzetten op een droge plaats
- De laadtang met rode kleur verbinden met de positieve - De cellen van de batterij sluiten met de desbetreffende
klem van de batterij (symbool +). doppen (indien aanwezig)
- De laadtang met zwarte kleur verbinden met het chassis
van de wagen, uit de buurt van de batterij en de buis van de
START
brandstof.
De overeenstemmende toets indrukken en hierbij overgaan
OPMERKING: indien de batterij niet in de wagen is
naar de modaliteit “START”.
geïnstalleerd, zich rechtstreeks verbinden met de
Voor de start de batterijlader in de stand van start aan de
negatieve klem van de batterij (symbool -).
juiste spanning zetten.
- De batterijlader voeden en hierbij de voedingskabel in het
In deze modaliteit kan men drie staten onderscheiden:
netcontact steken.
- Staat van pauze, aftellen gedurende “40 seconden”;
De schakelaar geplaatst op de achterkant in de stand ( I )
- Staat van wachttijd start vanwege de gebruiker, “GO”;
zetten. - Staat van start “4 seconden”.
- De spanning van de batterij controleren en verifiëren of de
OPMERKING: Voor de details van de meldingen FIG. B.
instellingen uitgevoerd op het paneel van de batterijlader
Voordat men aan de sleutel van start draait, is het
compatibel zijn met de karakteristieken van de op te laden
noodzakelijk een snel opladen van 5-10 minuten uit te
batterij. Deze controles moeten uitgevoerd worden met de
voeren, dit zal de start ten stelligste vergemakkelijken.
overeenstemmende toets in de modaliteit “TEST”.
De operatie van het snel opladen moet nauwkeurig
- De setting van de stroom op een adequate manier
worden uitgevoerd met de batterijlader in de stand van
uitvoeren middels de potentiometer op het frontaal paneel.
laden en niet van start.
Indien er geen enkel alarm van geen enkele aard heeft
LADEN
ingegrepen, kan men als volgt tewerk gaan.
Op de overeenstemmende toets drukken en naar de
Voordat men de start van het voertuig uitvoert, eerst
modaliteit “CHARGE” gaan.
controleren of de batterij goed verbonden is met de
De batterijlader op “ON” zetten en hierbij drukken op de
desbetreffende klemmen (“+” en “-”) en of ze in goede
overeenstemmende toets geplaatst op het frontaal paneel.
staat is (niet gesulfoneerd en niet defect).
De parameters van spanning van de batterij en de
Geenszins startoperaties uitvoeren van voertuigen met
laadstroom monitoreren op het display middels de toets “V / I/
batterijen losgekoppeld van de desbetreffende
TIME” (FIG.A-6).
klemmen; de aanwezigheid van de batterij is bepalend
De ampèremeter geeft de stroom (in Ampères) van het
voor het elimineren van eventuele te grote spanningen
laden van de batterij: op het einde van deze fase kan men
die zich zouden kunnen genereren wegens het ophopen
zien dat de aanwijzing van de ampèremeter traag zal
van energie in de verbindingskabels tijdens de startfase.
verminderen tot aan heel lage waarden in functie van de
Het niet in acht nemen van deze instructies kan de
capaciteit en de condities van de batterij.
elektronica van het voertuig beschadigen.
_______________________________________________
AUTOMATISCH LADEN
De overeenstemmende toets indrukken en hierbij overgaan
naar de modaliteit “TRONIC”.
OPGELET:
De batterijlader op “ON” zetten en hierbij de
- Voordat men verdergaat moet men aandachtig de
overeenstemmende toets indrukken geplaatst op het frontaal
waarschuwingen van de fabrikanten van de voertuigen in
paneel..
acht nemen!
Tijdens deze fase zal de batterijlader constant de spanning
- Controleren of de voedingslijn beschermd is met
controleren die aanwezig is aan de uiteinden van de batterij,
zekeringen of automatische schakelaars van de
en hierbij, indien nodig, de laadstroom naar de batterij
overeenstemmende waarde aangeduid op de
verdelen of automatisch onderbreken.
kentekenplaat met het symbool ( ).
De laadstroom kan geïnitialiseerd worden volgens de
- Teneinde verhittingen van de batterijlader te voorkomen,
geïllustreerde modaliteit. Tijdens de fasen van onderbreking
bij het uitvoeren van de startoperatie de cycli van
verschijnt op het display de afkorting “END”.
werk/pauze aangeduid op het toestel STRIKT
respecteren. Niet verder aandringen indien de motor van
Gelijktijdig opladen van meerdere batterijen (FIG. D)
het voertuig niet start: men zou immers de batterij of zelfs
Dit type van operatie uiterst voorzichtig uitvoeren: OPGELET;
de elektrische uitrusting van het voertuig ernstig kunnen
geen batterijen opladen waarvan de capaciteit, het ontladen
compromitteren.
en de typologie van elkaar verschillen.
- Men moet de fase van start van de batterijlader gemeld
Wanneer men meerdere batterijen tegelijkertijd moet
door “RUN” op het display laten besluiten ook indien
opladen, kan men verbindingen in "serie" of in "parallel"
de motor van het voertuig niet begint te draaien.
gebruiken. Van deze twee systemen is de verbinding in serie
_______________________________________________
aan te raden omdat men op deze manier de stroom kan
controleren die in iedere batterij circuleert en die diegene zal
WAARSCHUWINGEN:
zijn die door de ampèremeter zal aangeduid worden.
Deze batterijlader/starter is een elektronisch toestel
gecontroleerd door een microprocessor die in staat is de
OPMERKING: In geval van een verbinding in serie van
elektronica van de auto te beschermen tegen te grote
twee batterijen met een nominale spanning van 12V,
spanningen die zich kunnen genereren tijdens het opladen
MOET men de batterijlader voorinstellen in de stand 24V.
van bijzonder ontladen of gesulfoneerde batterijen. In dit
geval manifesteert de capaciteit van bescherming zich met
EINDE LADEN
het blokkeren van de functie van laden bij iedere druk op de
- Men kan het laden BEËINDIGEN door te drukken op de
toets “ON”: een fractie van een seconde is voldoende om de
toets “OFF” ofwel door de batterijlader automatisch in
staat van de batterij te evalueren en het laden automatisch te
“OFF” te laten zetten wanneer de tijd verstreken is.
onderbreken bij het manifesteren van risico's van te grote
- De voeding wegnemen van de batterijlader en hierbij de
gevaarlijke spanningen voor de apparatuur van de wagen
kabel loskoppelen van het netcontact.
elektrisch verbonden met de polen van de batterij.
- De laadtang met zwarte kleur loskoppelen van het chassis
OPGELET: de spanning van laden selecteren die
van het voertuig of van de negatieve klem van de batterij,
overeenstemt met de waarde van de nominale spanning
(symb. -).
- 26 -