EasyManua.ls Logo

Telwin ST330 - Page 27

Telwin ST330
92 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
van de op te laden batterij. die onafhankelijke beschermingen heeft.
_______________________________________________
LADEN VAN STERK ONTLADEN OF GESULFONEERDE
BATTERIJEN
8. NUTTIGE RAADGEVINGEN
OPGELET: in deze condities van laden is de elektronica
- De positieve en negatieve klem schoonmaken van
van de auto niet beschermd, daarom is het verplicht de
mogelijke oxide-incrustaties teneinde een goed contact
van de tangen te garanderen.
batterij los te koppelen van de wagen.
- Ten stelligste vermijden de twee tangen met elkaar in
Om het laden van deze batterijen mogelijk te maken, moet
contact te brengen wanneer de batterijlader in het net is
men de intrinsieke eigenschap van de batterijlader voor de
gestoken; de tangen niet aan- noch loskoppelen van de
bescherming tegen te grote spanningen die de elektronica
batterij met de batterijlader in werking.
van de wagen zouden kunnen beschadigen uitsluiten .
- Indien de batterij waarmee men deze batterijlader wenst te
gebruiken permanent op een voertuig is ingeschakeld,
Vanwege de gebruiker is het mogelijk de beschermingen (3
ook de instructies- en/of onderhoudshandleiding
NIVEAUS van bescherming) gedeeltelijk of volledig weg te
raadplegen in het gedeelte "ELEKTRISCHE
nemen volgens de volgende procedure:
INSTALLATIE" of "ONDERHOUD". Liefst, voordat men
- In de modaliteit “TEST” gedurende circa 4 seconden
overgaat tot het opladen, de positieve kabel die deel
drukken op de toets “I / V / TIME” tot aan het onderbreken
uitmaakt van de elektrische installatie van het voertuig,
van de visualisering en het verschijnen van een van de
loskoppelen. Ditzelfde geldt voor de aanwijzingen
afkortingen “L1, L2” ofwel “L3”.
gegeven door de fabrikant van de batterijen.
- Drukken op de toets “UREN” om het gewenst niveau van
- De spanning van de batterij controleren voordat men ze
bescherming te selecteren:
aansluit op de batterijlader, men herinnert eraan dat 3
“L1” maximum bescherming met herkenning fout van
doppen een batterij aan 6Volt onderscheiden en 6 doppen
verbinding en/of actieve initialisering en beperking van de
een aan 12Volt. In sommige gevallen kunnen er twee
actieve laadstroom;
batterijen zijn van 12Volt, in dit geval vraagt men een
“L2” medium bescherming met actief de herkenning van
spanning van 24Volt om beide accu's op te laden.
fout verbinding en/of initialisering, bescherming tegen te
Controleren of ze dezelfde karakteristieken hebben
grote spanningen en ripples actief.
teneinde een onevenwicht bij het laden te voorkomen.
“L3” deactiveert alle beschermingen.
- Voordat men een startoperatie uitvoert, altijd een snel
- De uitgevoerde keuze opslaan en hierbij gedurende circa
opladen van enkele minuten uitvoeren: dit zal de stroom
4 seconden drukken op de toets “I / V / TIME”.
van start beperken, waarbij tevens minder stroom van het
Bij iedere aanschakeling gaat de batterijlader automatisch
net wordt gevraagd. De operatie van het snel opladen
naar het niveau van maximum bescherming “L1”.
moet nauwkeurig worden uitgevoerd met de batterijlader
in de stand van laden en niet van start. Voordat men de
START VAN STERK ONTLADEN OF GESULFONEERDE
start van het voertuig uitvoert, moet men zich bovendien
BATTERIJEN (NIET AANGERADEN):
herinneren te controleren of de batterij goed verbonden is
Om de start mogelijk te maken op batterijen die
met de desbetreffende klemmen (+ en -) en of ze in goede
potentieel gesulfoneerd of sterk ontladen zijn, kan het
staat is (niet gesulfoneerd en niet defect).
noodzakelijk blijken te zijn startoperaties te moeten
Geenszins startoperaties van voertuigen uitvoeren met
uitvoeren zonder de hulp van de elektronische
batterijen losgekoppeld van de desbetreffende klemmen;
beschermingen (NIET AANGERADEN). Om alleszins de
de aanwezigheid van de batterij is bepalend voor het
beschadiging van de elektronica aan boord te
elimineren van eventuele te grote spanningen die zich
voorkomen (mogelijk met gesulfoneerde of sterk
zouden kunnen genereren omwille van het ophopen van
ontladen batterijen) is het NOODZAKEKIJK, indien de
energie in de verbindingskabels tijdens de fase van start.
motor van het voertuig niet begint te draaien, de starter
- In de fase van start de cycli van ON en OFF van de
de cyclus van 4 seconden van start te laten voltooien.
batterijlader respecteren.
- De startoperaties moeten strikt worden uitgevoerd met
7. BESCHERMINGEN (FIG. E)
een goed aangesloten batterij, zie de paragraaf START.
De batterijlader is voorzien van een bescherming die ingrijpt
- Het laden uitvoeren op goed verluchte plaatsen teneinde
in geval van:
het ophopen van gas te voorkomen.
- overbelasting (excessieve verdeling van stroom naar de
batterij);
- te grote spanning (te grote spanning van de batterij of van
______________( DK )______________
onmiddellijk opladen);
- kortsluiting (laadtangen in contact met elkaar gezet);
- inversie van de polariteiten op de klemmen van de batterij.
INSTRUKTIONSMANUAL
In de toestellen voorzien van zekeringen is het verplicht, in
geval van vervanging, analoge reserveonderdelen te
gebruiken met dezelfde waarde van nominale stroom.
_______________________________________________
G I V A G T : L Æ S B R U G E R V E J L E D N I N G E N
OMHYGGELIGT IGENNEM, FØR BATTERILADEN TAGES
OPGELET:
I BRUG.
De zekering vervangen met waarden van stroom die
1. ALMENE SIKKERHEDSREGLER FOR ANVENDELSE
verschillen van diegene aangeduid op de kentekenplaat
AF DENNE BATTERILADER
zou schade kunnen berokkenen aan personen of dingen.
Omwille van dezelfde reden moet men de vervanging van
de zekering met bruggen in koper of ander materiaal
strikt vermijden.
De operatie van het vervangen van de zekering moet
- Under opladningen dannes der eksplosive gasser.
altijd uitgevoerd worden met de voedingskabel
Eliminér risici for flamme og gnistdannelse. RYG IKKE!
LOSGEKOPPELD van het net.
- Placér batterierne et sted med god udluftning, mens de
Alle alarmcondities verhinderen de verdeling van
oplades.
stroom naar de batterij, uitgezonderd de hulpvoeder
- 27 -

Related product manuals