139
12. Bediening
a) Vergrendelen
Hetvergrendelenismogelijkoptweemanieren:
• Drukopdetoets“vergrendelen”opdedeurslotaandrijving(onderstetoets).
Ophetdisplaywordt“M”ingevoegd.
• Drukongeveereensecondeopdetoets“vergrendelen”(linksboven)opde
draadlozeafstandsbediening.Ophetdisplayverschijnthetradiomast-symbool
endegeheugenplaatsvandegebruiktedraadlozeafstandsbedieningwordt
ingevoegd.
Doorhetlangerindrukkenvandetoetsopdedraadlozeafstandsbe-
dieningwordenonbedoeldevergrendelings-enontgrendelingspro-
cessenzoverregaandmogelijkvermeden(bijv.doorkortindrukken
van een toets tijdens het transport van de afstandsbediening in
eenbroekzako.a.).Ditgeldtnatuurlijkvoordedrietoetsenvande
afstandsbediening.
Desluitgrendelwordtindeeerdervastgelegdeafsluitstandgebracht,hetsymbool
“vergrendeld”( )verschijnt.Naafsluitingvandeprocedureklinkteenlanger
geluidssignaalbijdedeurslotaandrijving.
Werdhetslotintussenmetdeklinkofmeteensleutelvanbuitenafverdraaid,
dan wordt omwille van de veiligheid niet naar de geprogrammeerde stand
”Vergrendeld”gegaan,maarindeplaatsdaarvangedraaidtotbijdeaanslagin
derichting”Vergrendeld”.
+
Let op:
Eenklemmendslotwordtev.(naeersthandmatigbedienenvandeklinkofmetde
sleutel)alsaanslag”Vergrendeld”herkend.Inditgevalkanhetzijndathetsymbool
”Vergrendeld” ( )wordt weergegeven en dat hetgeluidssignaalhoorbaar wordt,
hoewelhetslotnognietvolledigisvergrendeld.
Indienhethierbijgaatomeenbijnormaalbedrijfvoorkomendestoring(somsdoor
temperatuursinvloeden),kuntuhetklemmenvanhetslotwaarschijnlijkoverwinnen
doordevergrendelingsprocedurenogmaalsteproberen.