240 Nederlands
Indicaties in de werkmodus
Wordt naar de werkmodus overgeschakeld (PTO), dan wordt vol-
gende indicatie op het display weergegeven.
1 Functietoetsen
2 Display-indicatie in de werkmodus
3 Insteltoetsen
De functie- en insteltoetsen werden in het vorige hoofdstuk be-
schreven.
Display-indicaties in de werkmodus
Wordt naar de werkmodus overgeschakeld (PTO), dan wordt vol-
gende indicatie op het display weergegeven.
1 Motortoerental
2 Aansturing aandrijving van het aanbouwapparaat vooraan in
%
3 Symbool schildpad (indicatie bij modus snel)
4 Symbool slak (indicatie bij modus langzaam)
5 Symbool motorbedrijfsuren
6 Bedrijfsurenteller
7 Symbolen werkuren (geen functie)
8 Werkurenteller
9 Werksnelheid
10 Kilometerstand
11 Datum en tijd
12 Rijrichting achteruit
13 Rijrichting vooruit
14 Aansturing aandrijving van het aanbouwapparaat achteraan
in %
15 Gloeispiraalsymbool voorgloeien
16 Koelvloeistoftemperatuur motor
17 Waarschuwingslampje laadcontrole accu
18 Waarschuwingslampje motoroliedruk
19 Waarschuwingslampje parkeerrem geactiveerd
20 Temperatuur hydraulische olie
21 Tankindicatie
Hydraulisch systeem drukloos maken (drukontlasting)
Het hydraulische systeem moet drukloos worden gemaakt voor-
aleer de hydraulische slangen van de hydraulische aansluitingen
worden gescheiden.
1. Signaalstekker voor herkenning aanbouwapparaat (vooraan)
uittrekken.
2. Contact inschakelen (motor niet starten).
3. Werkhydrauliek aftakas inschakelen (aan bedieningsconsole
van de armleuning).
4. Op het display de functietoets F 10 indrukken.
5. Functietoets F 6 indrukken.
Hydraulisch systeem achterzijde is drukloos
6. Functietoets F1 indrukken.
Hydraulisch systeem voorzijde is drukloos
7. Hydraulische slang loskoppelen.
8. Aanbouwapparaat demonteren.
Instructie
De montage gebeurt in omgekeerde volgorde.
Multischakelaar
Claxonneren: hendel omhoog drukken
Knipperen naar rechts: Hendel naar boven
Knipperen naar links: Hendel naar beneden
Groot licht: Hendel bij ingeschakeld dimlicht naar onderen
drukken
Lichtsignaal: Aan hendel trekken
Ring draaien: Ruitenwisser inschakelen (intervalwissen en
permanent wissen)
Ring indrukken: Wissen met poetswater
Rijrichtingshendel
1 Rijrichtingshendel
Met de rijrichtingshendel de rijrichting selecteren.
Met de rijrichtingshendel kunnen volgende functies worden gese-
lecteerd, de gekozen programma's worden op het display weer-
gegeven.
Neutrale stand
Rijrichtingshendel is in het midden
Rijrichting vooruit