55
Opstelling
De Combi-reiniger kan goed zodanig worden geïn-
stalleerd, dat het graan zowel bij aanvoer als bij
afvoer erdoor passeert.
Plaatsing
Zorg dat de Combi-reiniger zó wordt geplaatst, dat
er genoeg plaats is naast de machine om hem bij te
stellen als dat nodig is.
Vergeet niet dat er ook plaats nodig is om de zeven
te verwisselen. Het gemakkelijkst worden ze aan de
rechterzijde van de Combi-reiniger verwisseld (ge-
zien vanaf de aanvoerkant). De zeven kunnen zon-
der bezwaar verwisseld worden als er ca. 1,5 m
vrije ruimte is naast de Combi-reiniger.
Omlooprichting
De electrische aansluiting moet zodanig gebeuren
dat de omlooprichting voor zowel zeeftrommels,
blazer en de vijzel in de bodemgoot, tegen de klok
in gaat (gezien vanaf de aanvoerkant).
Buisleiding voor de blazer
De buisleiding voor de blazer moet uitgevoerd wor-
den in OK 200 afmetingen. Er moeten zo weinig
mogelijk bochten worden gebruikt en het wordt
aanbevolen om de buisleiding met een cycloon af
te sluiten.
Bij het gebruikelijke gehalte aan verontreinigingen
in het graan is de blazer krachtig genoeg om het
afval ca. 20 m te vervoeren (incl. 4 m verticaal, 2
bochten en een cycloon).
Als er een groot gedeelte van de energie van de
blazer voor transport wordt gebruikt, zal dat de
hoeveelheid lucht verminderen en daarmee het
reinigend vermogen van de luchtreiniger. Als een
langere transportweg nodig is, kan er evt. een extra
blazer worden toegevoegd.
Verdeling van uitgezeefde
verontreinigingen
Uitgezeefde verontreinigingen kunnen naar keuze
afgevoerd worden met een aparte afvoer of in de
blaasleiding worden gevoerd en samen met de
lichte verontreinigingen worden afgevoerd.
Uitgezeefde verontreinigingen van zeven en
luchtreiniger worden bijeengevoegd in de
blaasleiding: Monteer een afdekplaat in de vijzel-
afvoer in de bodemgoot.
1,5 m
90°
90°
4 m
Cycloon
OK200
buizensysteem