60
Instelling van de luchtreiniger
1. Sluit eerst klep (A) helemaal.
2. Stel de geleideplaten zodanig in met hendel (B),
dat het graan aan beide kanten van de
luchtreiniger even hoog ligt. Dat kan gecon-
troleerd worden door de inspectieraampjes in de
zijkanten.
3. Stel het veergewicht (C) voor de „graanklep“
zodanig in dat de klep niet opengaat, vóór er
graan over de gehele breedte van de klep
aanwezig is.
4. Stel de luchtklep in de luchtreiniger zodanig in
met de hendel (D), dat er niet te veel hele kor-
rels mee uitgezogen worden.
Dat kan op de volgende manieren gecontroleerd
worden:
4.1 Als er veel hele korrels in het uitgesorteerde
materiaal zitten, zal dat veel lawaai maken
in de blazer en de buisleiding.
4.2 Verzamel het uitgesorteerde materiaal na
de stofcycloon en controleer of er niet te
veel hele korrels in zitten.
4.3 Het is ook mogelijk het uitgezeefde materi
aal te controleren door het raam achter op
de luchtreiniger.
5. Bij lichte produkten kunnen er teveel hele kor-
rels mee uitgezogen worden, zelfs als de
luchtreiniger is ingesteld op het laagste zuigver-
mogen. Doe de klep (A) in dit geval een klein
beetje open.
A
B
D
C