142
8Ruimte reinigen
8 Ruimte reinigen
8.1 Ruimte voorbereiden
– Losse voorwerpen, die de robot voor zich uit zou kunnen
schuiven, weghalen.
– Kabels, gordijnen en alles wat in de borstels vast zou
kunnen komen te zitten, weghalen.
– Breekbare voorwerpen of voorwerpen die gemakkelijk
kunnen omvallen, weghalen.
8.2 Robot inschakelen
1. Robot met de aan/uit-schakelaar inschakelen (stand "I")
(afb. 19).
2. Wachten tot Power-LED " " groen brandt.
8.3 Robot starten
Vanaf een willekeurig punt in de ruimte star-
ten
Voorwaarde: robot moet ingeschakeld zijn. hoofdstuk „Ro-
bot inschakelen“, pagina 142
Op de robot:
1. Power-LED " " indrukken om de robot te activeren.
TIP: De voorinstellingen na het inschakelen zijn: automati-
sche modus (" ", " ", " " en " " branden) maxi-
male reinigingsduur ("99 ") en normaal zuigvermogen
(" ").
2. Reinigingspatroon instellen.
hoofdstuk „Reinigingspatroon instellen“, pagina 144
3. Duur van de reiniging en terugkeer naar laadstation na
reiniging instellen.
hoofdstuk „Reinigingsduur instellen“, pagina 145