Iedere alarmtoestand veroorzaakt de onmiddellijke uitschakeling van de kachel
De alarmtoestand wordt bereikt na de tijd van PR11, MET UITZONDERING VAN HET ALARM STROOMUITVAL, en kan gereset
worden door lang op de toets P3 te drukken. Telkens wanneer er een reset van een alarm wordt uitgevoerd, wordt er om
veiligheidsredenen een uitschakelingsfase van de kachel gestart. Tijdens de alarmfase is de led alarmen altijd actief (led alarm
aan) en is, indien geactiveerd, de zoemer met tussenpozen te horen. Indien het alarm niet wordt gereset, gaat de kachel in
ieder geval over tot de uitschakeling en blijft de alarmmelding op het display weergegeven.
58.Stroomuitval
Tijdens de werkfase van de kachel is het mogelijk dat er een stroomuitval optreedt. Bij de nieuwe ontsteking zal de kachel, in
geval de stroomuitval korter was dan 5 seconden, de bedrijfsmodus WERK hervatten. Anders wordt het alarm geactiveerd.
Op het display verschijnt de melding “Al 1 alar al 1 Blackout” en de kachel gaat over tot de uitschakeling.
59.Alarm sonde temperatuur rookgassen
Vindt plaats in geval de sonde rookgassen defect is. De alarmtoestand van de kachel en de led alarmen worden geactiveerd
(led alarm aan). De kachel toont op het display de melding !Al 2 alar al 2 Sonde rook” en gaat over tot de uitschakeling.
60.Alarm oververhitting rookgassen
Vindt plaats in geval de sonde rookgassen een temperatuur waarneemt die hoger is dan waarde die vast is ingesteld en niet
met een parameter gewijzigd kan worden. Op het display verschijnt de melding “Al 3 alar al 3 Heet rook” en de kachel gaat
over tot de uitschakeling.
61.Alarm defect encoder rookgassen
Vindt plaats in geval van een defect van de ventilator rookgassen. De kachel activeert de alarmtoestand en op het display
verschijnt de melding “Al 4 alar al 4 Defect-afzuig”.
62.Alarm mislukte ontsteking
Treedt op wanneer de ontstekingsfase mislukt. Dit kan gebeuren wanneer een niet-voldoende hoeveelheid pellets de vuurpot
bereikt, wanneer de temperatuur van de rookgassen niet voorbij de in de technische parameters ingestelde drempelwaarde
stijgt. Op het display verschijnt de melding “Al 5 alar al 5 Mislukte ontst-” en de kachel gaat over tot de alarmstatus.
63.Alarm geen pellets
Dit gebeurt wanneer de temperatuur van de rookgassen tijdens de werkfase daalt vanwege het gebrek aan pellets in het
reservoir. Op het display verschijnt de melding “Al 6 alar al 6 Geen pellet” en de kachel gaat over tot de alarmstatus.