EasyManua.ls Logo

Horus VERTIGO - Alarm Defect Encoder Rookgassen; Alarm Geen Pellets; Alarm Mislukte Ontsteking; Alarm Oververhitting Rookgassen

Horus VERTIGO
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Manuale di installazione uso e
manutenzione
138
56.MENU M9 - Afsluiten
Met het selecteren van dit item door middel van de toets P3 wordt het menu afgesloten en keert men terug naar
het startscherm.
57.ALARMEN
In geval er een storing van de werking optreedt, komt de besturingskaart tussenbeide en wordt de storing gesignaleerd met
het activeren van de led alarmen (led alarm aan) en van de geluidssignalen.
De volgende alarmen kunnen zich voordoen:
OORSPRONG VAN HET ALARM
WEERGAVE OP HET DISPLAY
Stroomuitval
AL 1 ALAR AL1 BLACKOUT
Sonde temperatuur rookgassen
AL 2 ALAR AL2 SONDE ROOK
Oververhitting rookgassen
AL 3 ALAR AL3 HEET ROOK
Defect encoder aanzuiger
rookgassen
AL 4 ALAR AL 4 DEFECT-AFZUIG
Mislukte ontsteking
AL 5 ALAR AL 5 MISLUKTE ONTST-
Geen pellets
AL 6 ALAR AL 6 GEEN PELLETS
Tussenkomst thermische
beveiliging
AL 7 ALAR AL 7 THERM BEVEIL
Tussenkomst drukregelaar
AL 8 ALAR AL 8 GEEN DEPRESS
Iedere alarmtoestand veroorzaakt de onmiddellijke uitschakeling van de kachel
De alarmtoestand wordt bereikt na de tijd van PR11, MET UITZONDERING VAN HET ALARM STROOMUITVAL, en kan gereset
worden door lang op de toets P3 te drukken. Telkens wanneer er een reset van een alarm wordt uitgevoerd, wordt er om
veiligheidsredenen een uitschakelingsfase van de kachel gestart. Tijdens de alarmfase is de led alarmen altijd actief (led alarm
aan) en is, indien geactiveerd, de zoemer met tussenpozen te horen. Indien het alarm niet wordt gereset, gaat de kachel in
ieder geval over tot de uitschakeling en blijft de alarmmelding op het display weergegeven.
58.Stroomuitval
Tijdens de werkfase van de kachel is het mogelijk dat er een stroomuitval optreedt. Bij de nieuwe ontsteking zal de kachel, in
geval de stroomuitval korter was dan 5 seconden, de bedrijfsmodus WERK hervatten. Anders wordt het alarm geactiveerd.
Op het display verschijnt de melding “Al 1 alar al 1 Blackout” en de kachel gaat over tot de uitschakeling.
59.Alarm sonde temperatuur rookgassen
Vindt plaats in geval de sonde rookgassen defect is. De alarmtoestand van de kachel en de led alarmen worden geactiveerd
(led alarm aan). De kachel toont op het display de melding !Al 2 alar al 2 Sonde rook” en gaat over tot de uitschakeling.
60.Alarm oververhitting rookgassen
Vindt plaats in geval de sonde rookgassen een temperatuur waarneemt die hoger is dan waarde die vast is ingesteld en niet
met een parameter gewijzigd kan worden. Op het display verschijnt de melding “Al 3 alar al 3 Heet rook” en de kachel gaat
over tot de uitschakeling.
61.Alarm defect encoder rookgassen
Vindt plaats in geval van een defect van de ventilator rookgassen. De kachel activeert de alarmtoestand en op het display
verschijnt de melding “Al 4 alar al 4 Defect-afzuig”.
62.Alarm mislukte ontsteking
Treedt op wanneer de ontstekingsfase mislukt. Dit kan gebeuren wanneer een niet-voldoende hoeveelheid pellets de vuurpot
bereikt, wanneer de temperatuur van de rookgassen niet voorbij de in de technische parameters ingestelde drempelwaarde
stijgt. Op het display verschijnt de melding “Al 5 alar al 5 Mislukte ontst-” en de kachel gaat over tot de alarmstatus.
63.Alarm geen pellets
Dit gebeurt wanneer de temperatuur van de rookgassen tijdens de werkfase daalt vanwege het gebrek aan pellets in het
reservoir. Op het display verschijnt de melding “Al 6 alar al 6 Geen pellet” en de kachel gaat over tot de alarmstatus.

Table of Contents

Related product manuals