71
NL
6. OORZAKEN VAN GEBREKEN OF STORINGEN
De machine werkt niet en
het lampje in de schakelaar
gaat niet aan
1. Er is geen stroom.
2. De stekker van het
netsnoer zit er niet goed
in
3. Het netsnoer is
beschadigd
1. Stroom weer aanzetten.
2. Steek de stekker van het
netsnoer goed in het
stopcontact
3. Neem contact op met het
SERVICECENTRUM voor
vervanging
Het indicatielampje van de
stroomschakelaar brandt en
het water wordt niet warm
1. De veiligheidsthermostaat
moet worden gereset
2. Het verwarmingselement
is onderbroken of
doorgebrand
1. Neem contact op met het
SERVICECENTRUM
2. Neem contact op met het
SERVICECENTRUM
Tijdens de afgifte komt er
geen koffie uit
1.Geen water in het
reservoir
2. De koffie is te fijn
gemalen
3. Te grote hoeveelheid
koffie
4. De koffie is te hard
aangedrukt.
5. Stoomschakelaar
ingeschakeld
6. Het circuit is niet gevuld
7. Sproeikop verstopt
8. Gaatjes van de
filterdrager verstopt
9. Kalk in het circuit
1. Vul het reservoir met
water
2. Gebruik een grovere
maling
3. Verminder de hoeveelheid
koffie in het filter
4. Druk de koffie minder
hard aan
5. Schakel de
stoomschakelaar uit
6. Zie paragraaf 4.1
7. Reinig of vervang de
sproeikop
8. Maak de gaatjes van de
filterdrager schoon
9.Ontkalk volgens de
aanwijzingen van
paragraaf 5.3
PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING
De pomp maakt lawaai 1. Er zit geen water in het
reservoir
2. De pomp zuigt niet aan
1. Vul het reservoir met
water.
2. Zie paragraaf 4.1