NL
62
Wielen
Controleer de loop van de wielen: til voor- en achterwiel een voor een van de grond en draai aan het
wiel.
→ De wielen moeten licht draaien.
→ De wielen moeten recht, zonder zij- of hoogteslag draaien.
→ De banden mogen het frame nergens raken.
X X
Controleer de naven op speling: til voor- en achterwiel een voor een van de grond en beweeg de wielen
zijwaarts.
→ Er mag geen speling merkbaar zijn.
X X
Controleer het freewheelsysteem van de achternaaf of de krachtopsluiting zonder problemen werkt:
Ga op de fiets zitten, duw het voorwiel tegen de muur en trap in stand met matige kracht op de pedalen.
→ De kracht moet op het achterwiel worden overgebracht.
→ Het freewheel mag niet slippen.
X X
Controleer de bandenspanning met een vloerpomp met manometer.
→ De door de fabrikant van de banden en velgen aangegeven minimale en maximale
bandenspanning mag niet onder- of overschreden worden.
X X
Controleer de banden op beschadigingen en slijtage.
→ Er mogen geen beschadigingen aanwezig zijn.
→ De slijtage mag niet zo ver gevorderd zijn dat de anti-leklaag of de karkasdraden op het loopvlak
zichtbaar zijn.
X X
Controleer de juiste bevestiging van snelspanners en steekassen. X X
Remmen
Controleer het drukpunt van de remmen: trek in stand beide remhendels in.
→ Na ongeveer de helft van de afstand tussen hendel en stuur moet een duidelijk drukpunt voelbaar
zijn.
X X
Controleer de werking van de remmen: trek in stand de remhendel in en beweeg de fiets van voor naar
achter.
→ Het achterwiel moet blokkeren bij ingetrokken remhendel.
X X
Controleer de slijtagegraad van de remblokken.
→ Het materiaal op de metalen drager moet een minimale dikte van 0,5 mm hebben.
X
Controleer de slijtagegraad van de remschijven.
→ Minimale dikte van de remschijf: Avid:1,55 mm, Shimano:1,5 mm.
X
Controleer remleidingen en aansluitingen op lekkage en defecten.
→ Er mag geen remvloeistof lekken bij de aansluitingen van de remleidingen.
X X
Accessoires
Controleer de speling in het balhoofdstel: Ga naast je fiets staan en houd met beide handen het stuur
vast. Trek vervolgens de remhendel van de voorrem in en beweeg de fiets langzaam van voren naar
achteren.
→ Het stuur mag bij normale krachtuitoefening niet draaien.
X X
Controleer de speling in het balhoofdstel: duw de fiets met het voorwiel tegen een muur en beweeg de
fiets langzaam naar voren en achteren.
→ Er mag geen speling in het balhoofdstel merkbaar zijn.
X X
Controleer de bevestiging van de zadelpen: Ga achter de fiets staan, pak het zadel met een hand vast
en probeer het te draaien.
→ Het zadel en de zadelpen mogen niet verdraaien.
X X
Controleer de bevestiging van alle onderdelen.
→ Loszittende onderdelen dienen met het vereiste aanhaalmoment te worden vastgedraaid.
X X