EasyManua.ls Logo

Mareno CV94ET - Aanpassing Aan Een ander Type Gas; Aanwijzingen Voor de Gebruiker; Gebruiksaanwijzing; Inbedrijfstelling

Default Icon
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
7
Als het symbool is gebruikt, betekent dit het volgende:
LET OP GEVAARLIJKE SPANNING.
Installeer vóór het apparaat, op een gemakkelijk toeganke-
lijke plek, een meerpolige scheidingsschakelaar met een
geschikt vermogen die een volledige scheiding van het vo-
edingsnet garandeert, met een afstand tussen de contacten
die een complete loskoppeling mogelijk maakt in de condities
van de overspanningscategorie III, in overeenstemming met
de installatieregels. De maximaal toelaatbare lekstroom is
1mA/kW.
Gebruik voor de aansluiting een rubberen exibele kabel
met oliebestendige kabelmantel van het type H05RN-F of
H07RN-F. Zie voor de doorsnede van de kabel de tabel met
de technische gegevens.
Sluit de voedingskabel aan op het klemmenbord, zoals aange-
geven in het schakelschema dat bij het apparaat geleverd is.
Zet de voedingskabel vast met de kabelklem.
Bescherm de voedingskabel buiten het apparaat met een
buis van metaal of hard plastic.
Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fa-
brikant of door een erkend technisch servicecentrum worden
vervangen of in elk geval door een persoon met een verge-
lijkbare kwalicatie, zodat elk risico wordt vermeden.
AARDING EN EQUIPOTENTIAALVERBINDING
Verbind elektrische apparaten met een deugdelijke aardingslei-
ding. Sluit de aardgeleider aan op de klem met het symbool
dat naast het ingangsklemmenbord van de lijn zit.
Verbind de metalen structuur van het elektrische apparaat met
een equipotentiaalverbinding. Sluit de geleider aan op de klem
met het symbool die op de buitenkant van de bodem zit.
Dit symbool duidt erop dat het apparaat moet worden opge-
nomen in een potentiaalvere󰀨eningssysteem dat volgens de
voorschriften van de geldende normen is aangesloten.
AANSLUITING OP DE WATERLEIDING
Voed het apparaat met drinkwater.
Installeer bovenstrooms van het apparaat, op een gemakke-
lijk te bereiken plaats, een mechanisch lter en een afslu-
itkraan.
Tap eventuele ijzerdeeltjes af uit de aansluitleidingen alvo-
rens het lter en het apparaat aan te sluiten.
Maak de niet verbonden aansluitpunten dicht met een goed
sluitende dop.
Controleer na de aansluiting of er geen lekken zijn op de ver-
bindingspunten.
Warmwateraansluiting: de watertemperatuur mag niet hoger
zijn dan 60°C.
De voedingsdruk van het water moet tussen 150 kPa en 1000
kPa liggen. Gebruik een drukverlager als de voedingsdruk
hoger is dan de aangegeven maximumdruk.
Het apparaat is bedoeld om permanent op de waterleiding
te worden aangesloten en niet met een scheidbare verbin-
dingsset.
AANSLUITING OP DE WATERAFVOERPUNTEN
De afvoerleidingen moeten worden gerealiseerd met materia-
len die bestand zijn tegen een temperatuur van 100 °C. De
onderkant van het apparaat mag niet worden geraakt door de
damp die veroorzaakt wordt door de afvoer van heet water.
Zorg voor een putje met rooster in de vloer, met sifon, onder de
afvoerkraan van pannen en aan de voorkant van de braadpan-
nen.
12 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GAS
13 INBEDRIJFSTELLING
Zie het hoofdstuk 'ONDERHOUDSINSTRUCTIES'.
GEBRUIKSAANWIJZING
AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER
Let op: Gebruik uitsluitend pannen met
een platte bodem en een diameter die ge-
schikt is voor de kookzone. De onderkant
van de pannen moet schoon, glad en dro-
og zijn, om krassen in het oppervlak van de
glaskeramiekplaat te vermijden. Leg geen
aluminiumfolie of plastic voorwerpen op
de warme oppervlakken van de glaskera-
miekplaat.
De glaskeramiekplaat mag in geen geval
worden gebruikt om voorwerpen op te zet-
ten.
De fabrikant van het apparaat kan niet
verantwoordelijk worden geacht voor
eventuele schade die veroorzaakt wordt
door het niet naleven van de hieronder
vermelde verplichtingen.
Lees deze handleiding aandachtig door.
Hierin vindt u belangrijke informatie over
de veiligheid bij de installatie, het gebruik
en het onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze handleiding op een veilige,
bekende plaats, om haar altijd te kunnen
raadplegen zolang het apparaat meegaat.
De installatie, aanpassing aan een ander
gastype en het onderhoud van het apparaat
moeten worden uitgevoerd door gekwali-
ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd
is door de fabrikant, in overeenstemming
met de geldende veiligheidsvoorschriften
en de instructies in deze handleiding.
Maak voor assistentie uitsluitend gebruik
van door de fabrikant erkende technische
centra en vraag om het gebruik van origi-
nele onderdelen.
Laat minstens tweemaal per jaar on-
derhoud plegen aan het apparaat. Ge-
adviseerd wordt om een onderhoudscon-
tract af te sluiten.

Table of Contents