9
Uitzetten
• Draai de thermostaatknop voor temperatuurregeling op de
stand “0”.
• Het gele controlelampje gaat pas uit als alle platen uitgescha-
keld zijn.
GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE OVEN
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
• Het apparaat is bestemd voor de bereiding van voedsel dat
op de meegeleverde roosters wordt gezet.
• Laat de ovendeur tijdens het gebruik niet open of op een kier.
• Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen
veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan-
neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane
temperatuur stijgt.
• Ventilator in de ovenruimte, waardoor voedselontdooid (lucht
op kamertemperatuur) ofgekookt kan worden met gedwon-
gen convectie(warme lucht); (mod. Geventileerde oven).
AAN- EN UITZETTEN VAN DE VERHITTING
De werking van de elektrische oven wordt bestuurd met twee
bedieningsknoppen (om het type verhitting en de bereiding-
stemperatuur in te stellen). Een geel controlelampje signaleert
dat de verwarmingselementen in werking zijn.
De bedieningsknop van de keuzeschakelaar kan in de volgen-
de standen worden gebruikt:
0 Uit
Verhitting bovenste element (gril) ingeschakeld
Verhitting onderste element ingeschakeld
Verhitting onderste + bovenste element ingeschakeld
De bedieningsknop van de thermostaat kan in de volgende
standen worden gebruikt:
0 Uit
50 Laagste temperatuur
300 Hoogste temperatuur
Aanzetten
• Draai de knop van de keuzeschakelaar in de gewenste ge-
bruiksstand.
• Draai de thermostaatknop op de stand van de gewenste be-
reidingstemperatuur.
• Het gele controlelampje gaat branden.
• Als het gele controlelampje uitgaat, is de ingestelde tempe-
ratuur bereikt.
Uitzetten
• Draai de thermostaatknop in de stand “ 0 ”.
• Draai de knop van de keuzeschakelaar in de stand “ 0 ”.
START VENTILATIE (uitvoeringen met heteluchtoven)
De schakelaar kan in de volgende standen worden gezet:
1 Aan
0 Uit
Aanzetten
• Duw de schakelaar in de stand 1.
• De schakelaar wordt ingeschakeld.
Uitzetten
• Duw de schakelaar in de stand 0.
• De schakelaar wordt uitgeschakeld.
14 PERIODEN WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT
GEBRUIKT
Doe het volgende als het apparaat langere tijd niet zal worden
gebruikt:
• Maak het apparaat grondig schoon.
• Wrijf alle roestvrijstalen oppervlakken in met een doek met
vaselineolie, zodat er een beschermend laagje wordt aan-
gebracht.
• Laat de deksels open staan.
• Draai de kranen dicht en schakel de hoofdstroomschakelaar
uit.
Doe het volgende als het apparaat lange tijd niet is gebruikt:
• Controleer het apparaat, alvorens het weer te gebruiken.
• Laat elektrische apparaten gedurende minstens 60 minuten
op de laagste temperatuur functioneren.
REINIGINGSINSTRUCTIES
AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING
De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk
worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt
wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde
verplichtingen.
• Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit (indien
aanwezig), alvorens enige handeling te verrichten.
• Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op-
pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de
bakplaten iedere dag schoon.
• Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema-
al per jaar schoonmaken door een bevoegde technicus.
• Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen
op hoge druk of met stoomreinigers.
• Gebruik geen bijtende producten om de vloer of het opper-
vlak onder het apparaat schoon te maken.
• Behuizing en vlamverdelers van de branders van de ko-
okplaat niet in de vaatwasmachine wassen.
• Maak de kookplaat van glaskeramiek regelmatig schoon,
bij voorkeur na ieder gebruik. Gebruik geen schuursponsjes
of schuurmiddelen. Gebruik geen agressieve chemische
producten, zoals bijvoorbeeld sprays voor het reinigen van
ovens, vlekverwijderingsproducten, schoonmaakmiddelen
voor de badkamer of universele reinigingsmiddelen.
• Als de warme kookplaat van glaskeramiek in aanraking komt
met plastic, aluminiumfolie, suiker of voedsel dat suiker be-
vat, dient u deze onmiddellijk schoon te maken. Deze stoen
smelten en kunnen het oppervlak beschadigen.
GESATINEERDE OPPERVLAKKEN VAN ROESTVRIJ STAAL
• Maak de oppervlakken schoon met een doek of spons met
water en gewone, niet-schurende reinigingsmiddelen. Wrijf
de doek in de richting van de satinering. Spoel de doek vaak
uit en maak het apparaat goed droog.
• Gebruik geen schuursponzen of andere voorwerpen van
ijzer.
• Gebruik geen chemische producten die chloor bevatten.
• Gebruik geen scherpe voorwerpen die de oppervlakken kun-
nen krassen of beschadigen.