GB-F-NL-19
FNL
GASHENDEL (A afb.6)
De gashendel moet naar voren worden bewogen, naar de
voorkant van de machine, om het toerental van de motor te
verhogen en naar achteren om het motortoerental te
verlagen.
OPMERKING: de motor moet op volle toeren worden
gebruikt.
STANDVERGRENDELING (B afb.7)
Tijdens het maaien beperkt de standvergrendeling het
volledig optillen van de twee voorste eenheden, zodat bij
naderen van de grasrand sneller gedraaid kan worden. De
standvergrendeling is voortdurend ingeschakeld.
Om de voorste maaieenheden geheel op te tillen voor het
transport, moet het voetpedaal van de standvergrendeling
worden ingedrukt voordat de maaieenheden worden
opgetild en mag deze niet worden losgelaten totdat de
maaieenheden geheel zijn opgetild.
AANPASSEN VAN DE STAND VAN HET STUURWIEL (C
afb.7)
De stand van het stuurwiel kan worden aangepast. De
klemknop bevindt zich aan de zijkant van het steunend
omhulsel van de besturing. Voor het aanpassen de
klemknop tegen de klok in draaien om de draaipen vrij te
zetten. Beweeg de stuurkolom naar de gewenste stand en
zet vast door de klemknop met de klok mee te draaien.
HENDEL VAN DE PARKEERREM (afb.9)
De hendel van de parkeerrem heeft een
eindstandvergrendeling. De remmen worden aangezet met
de hendel naar boven en worden losgezet met de hendel
naar beneden.
TOERENREGELING VAN DE MAAIEENHEID (C afb.8)
Het toerental van de maaicilinders kan worden geregeld
met het handwiel aan de achterzijde van het rechter
bedieningspaneel. Dit kan variëren van 0rpm minimum tot
1100rpm maximum. Om het toerental te verhogen moet het
handwiel linksom worden gedraaid.
SCHAKELAAR VOOR AANDRIJVING VAN DE
MAAICILINDER (C afb.6)
OPMERKING: de met de voet bediende schakelaar geldt
niet voor machines in de V.S.
Er zijn twee schakelaars voor het regelen van de
aandrijving van de maaicilinder.
De eerste (B afb.6) is de schakelaar voor activering van de
aandrijving. Deze schakelaar moet uitgeschakeld zijn om
de machine te starten; het groene indicatorlampje brandt
niet.
De schakelaar kan worden gebruikt wanneer de machine
loopt; het indicatorlampje brandt om aan te geven dat het
aandrijfsysteem is geactiveerd.
Een tweede schakelaar (C afb.6) is voor het selecteren van
voorwaarts draaien voor het maaien of achterwaarts
draaien om te lappen of om de maaicilinder vrij te maken.
Bij achterwaarts draaien brandt het rode indicatorlampje.
LEVIER DE COMMANDE DU PAPILLON A GAZ (Fig. 6
“A”)
Il faut déplacer le levier vers l’avant de la machine pour
augmenter la vitesse du moteur et vers l’arrière pour la
diminuer.
REMARQUE : Il faut que le moteur tourne à fond.
LOQUET DE COUPE TRANSVERSALE (Fig. 7 “B”)
Le loquet de coupe transversale empêche le levage
complet des unités de coupe avant permettant de tourner
plus rapidement pour couper une bordure. Il est
constamment enclenché. Lors du transport et pour lever à
fond les unités de coupe avant, il faut appuyer sur la
pédale de desserrage du loquet de coupe transversale
avant que les unités ne soient levées et continuer
d’appuyer tant que les unités de coupe ne soient pas
complètement levées.
REGLAGE D’INCLINAISON DU VOLANT (Fig. 7 “C”)
Il est possible de régler l’angle d’inclinaison du volant. Le
bouton de desserrage se trouve sur le côté du couvercle
du volant. Pour le réglage, faire tourner le bouton dans le
sens contraire des aiguilles d’une montre pour le relâcher
le pivot, déplacer le volant comme requis et le laisser
dans sa position en faisant tourner le bouton dans le sens
des aiguilles d’une montre.
LEVIER DE STATIONNEMENT (Fig. 9)
Le levier de stationnement est muni d’un mécanisme
central supérieur. Lorsque le levier est levé, les freins sont
serrés et vice-versa.
COMMANDE DE VITESSE DES UNITES DE COUPE
(Fig. 8 “C”)
Il est possible de contrôler la vitesse des cylindres de
coupe à l’aide du volant se trouvant à l’arrière du pupitre
de commande de droite. Les vitesses varient entre 1100 t/
mn et 0 t/mn. Faire tourner le volant dans le sens
contraire des aiguilles d’une montre pour accélérer.
COMMUTATEUR D’ENTRAINEMENT DES CYLINDRES
DE COUPE (Fig. 6)
REMARQUE : Le fonctionnement par pédale ne
s’applique pas aux machines aux Etats-Unis.
Deux commutateurs contrôlent le circuit d’entraînement
des cylindres de coupe.
Le premier commutateur (Fig. 6 “B”) permet de les faire
fonctionner. Il doit se trouver sur “Arrêt” et l’avertisseur
vert doit être éteint pour démarrer la machine.
Dès que la machine est en marche, il est possible de se
servir du commutateur, l’avertisseur s’allume pour
indiquer que le circuit d’entraînement fonctionne.
Le second commutateur (Fig. 6 “C”) sélectionne la
rotation avant pour tondre ou arrière pour meuler ou vider
le cylindre de coupe. Lorsque la rotation est en marche
arrière, l’avertisseur rouge s’allume.