58
TIG LASSEN MET DE PUNTLAS-
FUNCTIE INGESCHAKELD
GEPULSEERD TIG LASSEN
Met de
MATRIX 250 HF
kan het gepul-
seerd TIG lassen op twee wijzen:
•
ON PULSE
Gepulseerd TIG lassen met handma-
tige instelling van de lasparameters
•
EASY PULSE
Gepulseerd TIG lassen met synergeti-
sche instelling van de lasparameters
LET OP:
de pulsatie wordt automatisch
ontkoppeld tijdens de standtijd van de
BEGIN- en HOOFDstroom
PRIMAIRE lasSTROOM
I
1
(5 ÷ 250 A)
CYCLUSSTROOM
I
2
(5 ÷ 250 A)
ATTENTIE:
programmeerbaar alleen
als de
CYCLE
functie ingeschakeld is
PIEKSTROOM
I
p
(5 ÷ 250 A)
ATTENTIE:
programmeerbaar alleen
als de
ON PULSE
- of
EASY PULSE
-
functies ingeschakeld zijn
BASISSTROOM
I
b
(5 ÷ 125 A)
ATTENTIE:
programmeerbaar alleen
als de
ON PULSE
- of
EASY PULSE
-
functies ingeschakeld zijn
PULSATIE-FREQUENTIE
f
(0,5 ÷ 500
Hz)
ATTENTIE:
programmeerbaar alleen
als de
ON PULSE
- of
EASY PULSE
-
functies ingeschakeld zijn
SLOPE-DOWN tijd (0 ÷ 8 sec)
EIND STROOM lassen (5 ÷ 250 A)
ATTENTIE:
programmeerbaar alleen
als de
4 TIJDEN
- of
CYCLE
-functies
ingeschakeld zijn
POST-GAS tijd (0,5 ÷ 25 sec)
5)
De fase van het instel-
len van de lasparame-
ters sluit men af door
de
SET
-toets onge-
veer een seconde
ingedrukt te houden
6)
Het gewenste TIG lassen uitvoeren
LET OP:
als tijdens het
lasproces de GROENE
LED
I
1
verlicht is, geeft het
display de stroomwaarde
waarop gelast wordt weer
1)
Zet het lasapparaat aan door de
hoofdschakelaar op stand
I
te zetten
2)
Druk op de "lasstand"-
knop en stel hem in op
PUNTLASSEN
3)
Druk op de
SET
-knop
tot de overeenkom-
stige led begint te knip-
peren
4)
Stel, door de hand-
greep te draaien, de
gewenste PUNTLAS-
TIJD in (0,5 ÷ 5 sec)
5)
Nu is het mogelijk om verder te
gaan als bij normaal TIG lassen, de
verschillende parameters instellend
zoals aangegeven in de
TIG LAS-
SEN
-procedure
1)
Zet het lasapparaat aan door de
hoofdschakelaar op stand
I
te zetten
2)
Druk op de "pulsatie"-
knop tot de gewenste
functie ingeschakeld is
3)
Door enkele malen op
de
SET
-knop te druk-
ken is het mogelijk de
volgende pulsatie-
parameters in te stel-
len:
PIEKSTROOM
I
p
(5 ÷ 125 A)
BASISSTROOM
I
b
(5 ÷ 250 A)
PULSATIE-FREQUENTIE
f
(0,5 ÷ 500
Hz)
LET OP:
met de
EASY
PULSE
functie ingescha-
keld verkrijgt men, een
parameterwaarde instel-
lend (in het algemeen
I
p
),
synergetisch de waarden
van de andere parameters
(
I
p
,
f
)