Storingen
26
Amaco BAG0028.0 04.06
8 Storingen
8.1 De functiecontrole
Wanneer de boordcomputer niet goed werkt, dan dient men te
controleren of:
•
spanning van de b a tterijen te laag is
•
de boordcomputer of
•
de sensor defect is.
8.2 Spanning van de batterijen controleren
Wanneer de spanning van de batterijen te laag is, verschijnt
gedurende korte tijd het symbool [-bl-] op het display.
De spanning van de batterijen kan men als volgt te sten:
1. boordcomputer uitschakelen (zie op pagina 24).
2. boordcomputer inschakelen (zie op pagina 24),
op het d isplay verschijnt het symbool [-bl-]: de spanning is te laag.
1. Schakel de boordcomputer uit en breng de nieu we batterijen
aan (zie op pagina 15)
8.3 Boordcomputer op goede werking controleren
1. Sensorkabel “Ha” losmaken van de
boordcomputer.
2. Code F.1 programmeren en de toets
kortstondig indrukken.
3. Pool van de aans lui tbus meermaals met
een kleine schroevendraaier overbruggen
(Fig. 13).
→
De boordcomputer verwerkt door het
overbruggen van de polen, de
gesimuleerde impulsen en toont dit aan
door het knipperen van de balk op het
display.
4. Verwerkt de boordcomputer de impulsen
niet correct, dan moet deze boordcomputer
omgewisseld worden.
Fig. 13