16
2.4.4 Een werkingsmodus kiezen
De werkingsmodus kan worden aangepast aan de verwarmings-/koelingsbehoee van het zwembad. Zie “2.2.1
Modusdetails” voor meer informae over werkingsmodi. Om te veranderen van werkingsmodus:
• Ontgrendel het toetsenbord: het hoofdmenu verschijnt.
• Druk op om de werkingsmodus te wijzigen.
De verschillende modi verschijnen in deze volgorde:
•
2.4.5 De insteltemperatuur aanpassen
• Ontgrendel het toetsenbord: het hoofdmenu verschijnt.
• Druk op en om het referenepunt van de temperatuur te wijzigen. Druk op SET om de waarde te
bevesgen.
• Druk op om te bevesgen.
• Wanneer de temperatuur van het referenepunt met 1°C overschreden is, stopt de warmtepomp met
het verwarmen/koelen van het water. Vervolgens regelt de warmtepomp automasch de temperatuur
van het zwembadwater (los van de gekozen modus).
• De warmtepomp werkt opnieuw om de instelwaarde te bereiken, wanneer er een verschil van 2 °C is
tussen de temperatuur van het zwembadwater en de insteltemperatuur van het water.
• Voorbeeld: de temperatuur van het referenepunt is 25 °C en de temperatuur van het zwembadwater
hee 26°C bereikt in de modus verwarming of koelen. De warmtepomp schakelt uit.
- In de koelmodus zal het apparaat automasch opnieuw starten als de temperatuur van het
zwembadwater hoger is dan 26 °C.
- In de verwarmingsmodus zal het apparaat automasch opnieuw starten als de temperatuur van het
zwembadwater lager is dan 24 °C.
• Als de verwarmingsprioriteit niet geacveerd is, wacht de warmtepomp tot de volgende cyclus van de
lterpomp wordt gestart.