18
❸ Onderhoud
3.1 I Het apparaat winterklaar maken
• Het apparaat winterklaar maken is esseneel om te voorkomen dat de condensor barst door
bevriezing. Dit is niet gedekt door de garane.
• Om te voorkomen dat condensae het apparaat beschadigt: dek het apparaat af met
de meegeleverde overwinteringsafdekking (sluit het apparaat niet hermesch af in een
afdekking).
• Deacveer het apparaat door gedurende 2 seconden ingedrukt te houden (de gebruikersinterface blij
ingeschakeld),
• Koppel de voeding los,
• Open klep B (zie § “1.2 I Hydraulische aansluingen”),
• Sluit kleppen A en C en open kleppen D en E (indien aanwezig, zie § “1.2 I Hydraulische aansluingen”),
• Zorg ervoor dat er geen water circuleert in de warmtepomp,
• Tap het water uit de condensor af (gevaar voor bevriezing) door de twee waterinlaat- en -uitlaatkoppelingen aan de
achterkant van de warmtepomp los te draaien,
• Ingeval het complete zwembad winterklaar wordt gemaakt (volledige uitschakeling van het ltersysteem, ontluchten
van het ltercircuit of zelfs het legen van het zwembad): plaats de twee koppelingen terug en draai ze één slag vast
om te voorkomen dat er verontreinigingen in de condensor kunnen komen,
• Ingeval alleen de warmtepomp winterklaar wordt gemaakt (uitschakeling van alleen de verwarming, de ltering
blij draaien): draai de koppelingen niet vast, maar breng de 2 (meegeleverde) beschermdoppen aan achter de
hydraulische inlaat-/uitlaataansluingen.
• We raden u aan om de (meegeleverde) gevenleerde microafdekking voor overwintering op de warmtepomp te
plaatsen.
3.2 I Onderhoud
• Alvorens onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uit te voeren, dient u de stroom uit
te schakelen aangezien er een risico bestaat op een elektrische schok die materiële schade,
ernsg letsel of zelfs de dood kan veroorzaken.
• Onderbreek de voeding niet wanneer het apparaat in werking is.
• Als de voeding wordt onderbroken, moet u even wachten voordat u de stroomtoevoer naar
het apparaat herstelt.
• Het is raadzaam om ten minste één keer per jaar algemeen onderhoud aan het apparaat uit te
voeren, om een goede werking te waarborgen, de prestaes op peil te houden en eventueel
bepaalde storingen te voorkomen. Deze werkzaamheden worden op kosten van de gebruiker
door een technicus uitgevoerd.
3.2.1 Veiligheidsvoorschrien voor apparaten die het koudemiddel R32 bevaen
Gebiedscontrole
• Alvorens met werkzaamheden aan systemen met ontvlambare koudemiddelen te beginnen, zijn veiligheidscontroles
nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt.
Uitvoeringsprocedure
• De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico te minimaliseren
dat een ontvlambaar gas of ontvlambare damp aanwezig is terwijl het werk wordt uitgevoerd.
Algemeen werkgebied
• Alle onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werkzaam zijn, moeten worden geïnstrueerd over de aard
van het werk dat wordt uitgevoerd. Werk in besloten ruimten moet worden vermeden.
Controleer of er koudemiddel aanwezig is
• Het gebied moet vóór en jdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, om ervoor
te zorgen dat de technicus op de hoogte is van mogelijk giige of ontvlambare omgevingen. Zorg ervoor dat de
gebruikte lekdeteceapparatuur geschikt is voor gebruik met alle toepasselijke koelmiddelen, d.w.z. niet-vonkend,
adequaat afgesloten of intrinsiek veilig.
Controleer of er een brandblusser aanwezig is
• Als er werkzaamheden met warmte aan de koelapparatuur of daaraan verbonden onderdelen moeten worden
uitgevoerd, moet geschikte brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een brandblusser met droog poeder of
CO2, naast de vulzone.
Geen ontstekingsbron
• Niemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem waarbij leidingen worden blootgesteld,
mag ontstekingsbronnen op zodanige wijze gebruiken dat dit kan leiden tot het risico van brand of ontplong. Alle
mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigareen, moeten voldoende verwijderd worden gehouden