EasyManua.ls Logo

Astralpool ECO ELYO Series - Page 202

Astralpool ECO ELYO Series
315 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
19
van de plaats van installae, reparae, verwijdering en afvoer, gedurende welke koelmiddel mogelijk in de omringende
ruimte kan vrijkomen. Voordat het werk plaatsvindt, moet de zone rond de apparatuur worden gecontroleerd om er
zeker van te zijn dat er geen ontvlambare of ontstekingsrisico's zijn. Er moeten borden met "niet roken" worden
aangebracht.
Venlae van de ruimte
Zorg ervoor dat de zone open en voldoende gevenleerd is voordat u de unit benadert om een vereiste service uit te
voeren. Een goede venlae, om een veilige verspreiding mogelijk te maken van koelmiddel dat onopzeelijk in de
atmosfeer zou kunnen vrijkomen, moet worden gehandhaafd terwijl onderhoud aan het apparaat wordt uitgevoerd.
Controle van de koelapparatuur
De aanbevelingen van de fabrikant met betrekking tot het onderhoud en de instandhouding moeten aljd worden
opgevolgd. Controleer bij het vervangen van elektrische componenten of uitsluitend componenten worden gebruikt
die van hetzelfde type en dezelfde categorie zijn als die die worden aanbevolen/goedgekeurd door de fabrikant.
Neem bij twijfel contact op met de technische dienst van de fabrikant voor assistene.
De volgende controles worden toegepast op installaes die gebruik maken van ontvlambare koudemiddelen:
- indien een circuit voor indirecte koeling wordt gebruikt, moet de aanwezigheid van koudemiddel in het secundaire
circuit worden geanalyseerd;
- de markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar blijven; eventuele onleesbare markeringen of
opschrien moeten worden gecorrigeerd;
- de slangen of componenten van het koelcircuit zijn geïnstalleerd op een opstelplaats waar het onwaarschijnlijk is
dat ze worden blootgesteld aan stoen die de componenten die koudemiddel bevaen kunnen aantasten, tenzij
de componenten zijn gemaakt van materialen die typisch corrosiebestendig zijn of correct beschermd zijn tegen
dergelijke corrosie.
Controle van de elektrische componenten
De reparae en onderhoud van elektrische componenten moet tevens iniële veiligheidscontroles en
inspeceprocedures voor onderdelen omvaen. Als zich een defect voordoet dat de veiligheid in gevaar kan brengen,
mag er geen stroom op het circuit worden aangesloten zo lang het probleem niet volledig is opgelost. Indien het
defect niet onmiddellijk verholpen kan worden en indien de onderhoudswerkzaamheden doorgang moeten vinden,
dient te worden gezocht naar een passende jdelijke oplossing. Dit moet worden gemeld aan de eigenaar van het
apparaat zodat alle betrokkenen op de hoogte zijn.
De reparae en het onderhoud van elektrische componenten moeten de volgende iniële veiligheidscontroles
omvaen:
- de condensatoren zijn ontladen: dit moet veilig gebeuren om alle risico's van ontsteking te voorkomen;
- er is geen elektrische component of stroomvoerende bedrading ontbloot jdens het vullen, reviseren of aappen
van het systeem;
- het systeem moet te allen jde geaard zijn.
Reparae van geïsoleerde componenten
Tijdens het repareren van geïsoleerde componenten moeten alle stroombronnen zijn losgekoppeld van het apparaat
waaraan wordt gewerkt voordat de isolaekap en dergelijke mag worden verwijderd. Als het apparaat jdens het
onderhoudswerk van stroom moet zijn voorzien, moet een lekdetector connu controleren op lekken bij de meest
krieke punt om een poteneel gevaarlijke situae te melden.
Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de volgende punten om ervoor te zorgen dat bij werkzaamheden aan
de elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat de beschermingsgraad achteruit gaat.
Denk hierbij aan beschadigde draden, een te groot aantal aansluingen, klemmen die niet voldoen aan de originele
specicaes, beschadigde afdichngen, verkeerde montage van de kabelwartels, etc.
Controleer of het apparaat naar behoren is bevesgd.
Controleer of de afdichngen of isolaematerialen niet zodanig zijn aangetast dat ze niet langer verhinderen dat
een ontvlambare atmosfeer het circuit binnendringt. Reserveonderdelen moeten in overeenstemming zijn met de
specicaes van de fabrikant.
Reparae van intrinsiek veilige componenten
Sluit geen permanente elektrische capacitane of inducebelasng aan op het circuit zonder te controleren of het de
toegestane spanning en intensiteit voor het gebruikte apparaat niet overschrijdt.
Typisch veilige componenten zijn de enige typen waaraan onder spanning kan worden gewerkt in de aanwezigheid
van een ontvlambare atmosfeer wanneer er stroom op staat. Het testapparaat moet onder een passende classicae
vallen.
Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespeciceerd. Bij gebruik van andere
onderdelen kan er koudemiddel in de atmosfeer gaan lekken en ontbranden.
Bedrading
Controleer of de bedrading niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmage druk, trillingen, scherpe randen of
andere nadelige milieueecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de eecten van veroudering
of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of venlatoren.
Detece van ontvlambaar koudemiddel
In geen geval mogen potenële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of het detecteren van
koudemiddellekken. Een halogeentoorts (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden
gebruikt.
De volgende lekdetecemethoden worden aanvaardbaar beschouwd voor alle koudemiddelsystemen.
Elektronische lekdetectoren mogen worden gebruikt om koudemiddellekken te detecteren, maar in geval van
ontvlambare koudemiddelen is de gevoeligheid mogelijk niet voldoende of moeten deze detectoren mogelijk
opnieuw worden gekalibreerd. (Het deteceapparaat moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koudemiddel).
Controleer of de detector geen potenële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. Het
lekdeteceapparaat moet worden afgesteld op een percentage LFL van het koudemiddel en moet worden gekalibreerd
al naar gelang het gebruikte koudemiddel. Het passende gaspercentage (maximaal 25%) moet worden bevesgd.
Lekdetecevloeistoen zijn ook geschikt voor gebruik met de meeste koudemiddelen, maar het gebruik van
NL

Table of Contents