23
Er05
Hogedrukbeveiliging
Indien deze fout 3 keer binnen 30 minuten
optreedt, moet u de pomp uitschakelen
om de fout te wissen.
Te geringe waterstroom
De verdamper reinigen.
De werking van de waterpomp
en de openingen van de inlaat-/
uitlaatomloopkleppen controleren
De goede werking controleren
van de debietregelaar
Te veel koudemiddelgas
Het koudemiddelvolume
controleren en aanpassen
Defecte 4-wegklep
De 4-wegklep vervangen
Hogedrukschakelaar losgekoppeld of
defect
Hogedrukschakelaar weer
aansluiten of vervangen
Er06
Lagedrukbeveiliging
Indien deze fout 3 keer binnen 30 minuten
optreedt, moet u de pomp uitschakelen
om de fout te wissen.
Te weinig koudemiddelgas
Het koudemiddelvolume
controleren en aanpassen
Defecte 4-wegklep
De 4-wegklep vervangen
Lagedrukschakelaar losgekoppeld of
defect
Lagedrukschakelaar weer
aansluiten of vervangen
Er09
Verkeerde aansluing tussen de
hoofdkaart en de MMI-kaart
Los contact
Bedradingsaansluingen
controleren tussen afstandsbediening
en moederbord
MMI defect
De MMI-kaart vervangen
Hoofdkaart defect
De hoofdkaart vervangen
Er010
Verkeerde aansluing tussen de
hoofdkaart en de driverkaart van de
compressor
Los contact
Bedradingsaansluingen
controleren tussen moederbord en
invertermodule
Driverkaart van de compressor defect
De driverkaart van de compressor
vervangen
Defect moederbord
De hoofdkaart vervangen
Er11
Temperatuurverschil te hoog tussen
watertemperatuur aan inlaat en uitlaat
Indien deze fout 3 keer binnen 30 minuten
optreedt, moet u de pomp uitschakelen
om de fout te wissen.
Te geringe waterstroom
De foutcode verdwijnt na 3 minuten
en de unit zal opnieuw beginnen
werken.
Er12
Temperatuur van het afvoergas van de
compressor te hoog
Te weinig koudemiddelgas
Het volume van het koudemiddel
controleren en aanpassen en
controleren of er geen gas lekt
Er13
Bescherming temperatuurbereik
buitenlucht
De buitenluchemperatuur is
lager of hoger dan het bereik van
de bedrijfstemperaturen van het
apparaat
Het apparaat valt sl (even geduld)
De sensor is niet normaal of te
dicht bij de oppervlakte van de
warmtewisselaar
De omgevingstemperatuursensor
in de juiste posie zeen
Er14
Omgevingstemperatuur bij uitlaat te laag
voor koelingsmodus
Te geringe waterstroom
De werking van de waterpomp
en de openingen van de inlaat-/
uitlaatomloopkleppen controleren
Er15
Waterinlaaemperatuursensor storing
Sensor losgekoppeld of defect
Sensor weer aansluiten of
vervangen
Er16
Fout op de temperatuursonde van de
verdamper
Sensor losgekoppeld of defect
Sensor weer aansluiten of
vervangen
NL