1. Controleer vóór gebruik of het snijblad of de nylondraad-snijkop stevig is
bevestigd.
Controleer de bouten en moeren, en haal ze zo nodig aan: elke 8 uur (dagelijks)
2. Op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder
controleren. Maak deze plaatsen zo nodig schoon: elke 8 bedrijfsuren (dagelijks)
3. Het luchtlter schoonmaken
Zet de vergrendelhendel (1) van de luchtfilterkap omhoog en ontgrendel de –
vergrendeling.
Houd de linker- en rechterkant van de luchtfilterkap vast, druk hem naar de –
binnenkant en verwijder hem.
Duw de chokehendel (2) omhoog (zie pijl) om te voorkomen dat vuildeeltjes in –
de carburateur kunnen binnendringen.
Verwijder het sponsfilterelement (3). –
Was het in lauw water en droog het daarna grondig.
Plaats na het reinigen het sponsfilterelement terug en monteer de –
luchtfilterkap (4) en draai de schroef aan om hem vast te zetten.
OPMERKING: Als er overmatig stof of vuil aan het luchtfilter blijft plakken, moet u
deze dagelijks schoonmaken. Een verstopt luchtfilter kan het moeilijk
of onmogelijk maken om de motor te starten of te laten draaien met
het juiste motortoerental.
5. Toevoer van smeervet aan het tandwielhuis.
Breng elke 30 bedrijfsuren smeervet (SHELL ALVANIA 3 of gelijkwaardig) aan
in het tandwielhuis via de smeeropening (3).
(Origineel DOLMAR-smeervet kan worden aangeschaft bij uw DOLMAR-
dealer.)
6. De uitlaatpoort van de uitlaatdemper reinigen: elke 50 bedrijfsuren (maandelijks)
Als de uitlaatpoort (4) verstopt is met koolafzetting, verwijdert u dit door
voorzichtig te krabben en tikken met een schroevendraaier of iets dergelijks.
7. Het brandstoflter controleren. Indien verstopt, reinigt u het lter.
8. Vervangen van de brandstoeidingen: elke 200 bedrijfsuren (jaarlijks)
9. Reviseren van de motor: elke 200 bedrijfsuren (jaarlijks)
10. Pakkingen afdichtingen vervangen door nieuwe: elke keer wanneer de motor
weer wordt gemonteerd.
0,6 mm – 0,7 mm
(0,024” – 0,028”)
Tandwielhuis
ONDERHOUDSSCHEMA
(1)
(2)
(3)
(4)
4. De bougie controleren: iedere 8 bedrijfsuren (dagelijks)
De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,6 tot 0,7 mm (0,024”
– 0,028”) bedragen.
Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen.
Als de bougie verstopt zit met roet of vuil, moet u deze grondig schoonmaken of
vervangen.
104