EasyManua.ls Logo

Reely ROAD Rex-X - G) Rijregelaar Inschakelen; H) Voertuig Besturen

Reely ROAD Rex-X
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
110
g) Rijregelaar inschakelen
Zet de aan/uit-schakelaar van de rijregelaar (zie afbeelding in hoofdstuk 9. f) in de stand „ON“ (= aan), zie opschrift
naast de schakelaar. Laat de gas-/remhendel op de zender in de neutrale stand, beweeg deze niet.
De motor geeft meerdere knipper- en geluidssignalen weer, vervolgens moet de LED aan de rijregelaar permanent
geel oplichten, het voertuig is bedrijfsklaar.
De geluidssignalen worden door het kort aanjagen van de motor door de rijregelaar veroorzaakt. Bij alle
motoren (resp. naargelang de stand van de rotor in de motor) zijn de geluidssignalen slechts zeer stil hoor-
baar.
Controleer nu de aandrijf- en stuurfuncties van het voertuig.
De LED op de rijregelaar heeft de volgende functies:
Bij het vooruit rijden knippert de LED op de rijregelaar groen, bij volgas vooruit licht de LED permanent groen op.
Bij het achteruit rijden knippert de LED op de rijregelaar rood, bij volgas achteruit licht de LED permanent rood op.
In de neutrale stand licht de LED op de rijregelaar permanent geel op.
Als dit niet het geval programmeert u de volgasposities voor vooruit en achteruit rijden en de neutrale stand
op de rijregelaar opnieuw. Houd hiervoor rekening met hoofdstuk 10 a).
De verdere basisinstellingen van de rijregelaar werden reeds door de fabrikant voorgeprogrammeerd en
mogen voor de eerste rijpogingen niet worden gewijzigd. De programmering van de rijregelaar kan ofwel via
de meegeleverde programmeerkaart (zie hoofdstuk 10 b) of via de zender (zie hoofdstuk 10 c) gebeuren.
h) Voertuig besturen
Bedien de gas/remhendel op de zender voor de rijfunctie enkel heel voorzichtig en rijd in het begin niet te
snel tot u vertrouwd bent met de reacties van het voertuig op de bediening. Maak geen plotselinge of snelle
bewegingen met de bedieningselementen van de zender.
Richt de antenne van de zender nooit rechtstreeks op het voertuig aangezien dit de reikwijdte sterk vermin-
dert. De grootste reikwijdte bereikt u als de antenne van de zender en het voertuig telkens recht staat en
parallel tegenover elkaar ligt.
Als het voertuig bij het rechtuit rijden de neiging heeft om naar links of rechts te trekken, moet u de trim voor de
besturing overeenkomstig instellen op de zender.
Bij uitval van het zendersignaal schakelt de rijregelaar uit veiligheidsoverwegingen de motor niet uit. Hetzelfde geldt
bij een overtemperatuur van de rijregelaar.
In de basisstand bij levering dient de gas/remhendel bij het wisselen tussen vooruit en achteruit rijden zich kort (ca.
1 - 2 seconden) in de neutraalstand te bevinden (neutrale stand = hendel loslaten, niet bewegen).
Als de gas/remhendel direct zonder pauze van vooruit- naar achteruitrijden wordt getrokken, wordt het voertuig afge-
remd (het voertuig rijdt NIET achteruit).
Het achteruit rijden kan via de programmering van de rijregelaar worden uitgeschakeld.
In de basisinstelling bij levering is echter het vooruit en achteruit rijden met rem vooringesteld. Hoe deze te
besturen valt, vindt u op de volgende pagina (de afbeelding van de gas-/remhendel van de zender moet niet
met de meegeleverde zender overeenstemmen).

Table of Contents

Related product manuals