NL
NL
79
Automatische functies/Beschermfuncties
9. Automatische functies/Beschermfuncties
Wind- , zon- en vorstwaarden zijn voor elke ontvanger individueel intstelbaar. De gelijk-
tijdige afstelling van alle aandrijvingen in een groep is niet mogelijk.
Voor de afstelling van de wind-, zon-, en vorstwaarden moeten een sensor en een WS-
of WSRF-sensoriek in de ontvanger ingeleerd worden.
9.1. Windbeveiligingsfunctie (Automatisch windsysteem)
Attentie!
• De windbeveiligingsfunctie is een veiligheidsfunctie.
• De windbeveiligingsfunctie kan niet worden gedeactiveerd.
• Zonneschermen kunnen over het algemeen alleen tot een bepaalde wind-
snelheid worden gebruikt. De fabrikant van het zonnescherm geeft deze
maximale waarde aan.
De fabrikant van de zonneschermen legt de hoogst toegelaten windsnelheid vast
waarbij het zonnescherm nog kan worden gebruikt. Deze waarde van de windsnelheid
wordt met de handzender in de ontvanger opgeslagen. Overschrijdt de gemeten waar-
de de opgeslagen waarde, dan wordt de aandrijving van het zonnescherm ingetrokken.
Het zonnescherm is dan geblokkeerd tegen verder gebruik. Uitschuifopdrachten
worden slechts enkele seconden uitgevoerd. De aandrijving trekt het zonnescherm
meteen weer in. Blijft de gemeten waarde gedurende ongeveer 15…21 minuten onder
de ingestelde maximale waarden, dan wordt het zonnescherm opnieuw voor gebruik
vrijgegeven. Handmatige uitschuifopdrachten worden daarna opnieuw uitgevoerd.
Voor zover het zonnescherm is ingeschakeld is en de drempelwaarde voor het zonlicht
(zie hoofdstuk Automatisch zonnesysteem) overschreden is, dans schuift het zonne-
scherm automatisch uit.
Waar-
schuwing!