38
De band moet ten minste tot de mini-
maal aangegeven bandenspanning op-
gepompt worden. Bij te weinig banden-
spanning kunnen de banden loskomen
van de velgen.
Op het zijdelingse bandenoppervlak zijn
de
opgaven voor de maximaal toege
-
stane bandenspanning en ook voor de
toegestane minimale druk aangegeven.
Bij het vervangen van de
banden mo-
gen alleen identieke, originele banden
gebruikt worden.
Anders kunnen de
rijeigenschappen negatief beïnvloed
worden. Dat kan leiden tot ongelukken.
Vervang kapotte onderdelen uitsluitend
door originele.
Bij de meeste FLYER’s wordt een autoventiel,
ofwel een Schraderventiel, gebruikt. Met dit ven-
tiel kunt u de band van uw FLYER E-Bike bij de
meeste tankstations oppompen. V
raag bij de dea-
ler na welke pomp op uw autoventiel past. Bij het
verwisselen
van de binnenband mag alleen een
identieke, originele binnenband gebruikt worden.
13.3 Lekke band repareren
De juiste en veilige reparatie van een lekke band
vereist kennis van E-Bikes en speciale gereed-
schappen. Laat technische defecten en lekke
banden alleen repareren door uw FL
YER dealer.
Het plakken van een lekke band houdt in,
dat u aan onderdelen komt die van be-
lang zijn voor de veiligheid. Foute monta-
ge van wielen en remmen kan leiden tot
ernstige valpartijen en verwondingen.
Daarom raden
wij af om een lekke band
zelf te plakken. Laat uw lekke band altijd
door uw FLYER dealer plakken.
Als u een lekke band zelf wilt repareren,
laat u dan uitvoerig instrueren door een
FLYER dealer en oefen het verwisselen
van wiel en band onder zijn toezicht!
Voor u begint met het verwisselen van
het wiel of de band, het onderhoud of de
reparatie, moet het systeem altijd uitge
-
schakeld en de accu verwijderd worden.
U hebt de volgende uitrusting nodig
•
bandenlichters (kunststof)
• plakkertjes
• rubbersolutie
• schuurpapier
• steeksleutel(vooretsenzondersnelspanners)
• etspomp
• reservebinnenband
13. Wielen en banden
De wielen zijn onderworpen aan zware belasting
door de ongelijke ondergrond en het gewicht van
de berijder.
• Na de eerste 200 kilometer moet u de wielen in
een werkplaats laten controleren en eventueel
laten centreren.
• De spanning van de spaken moet daarna met
enige regelmaat gecontroleerd worden. Losse
of beschadigde spaken moeten nagespannen
of vervangen worden door een FLYER dealer.
13.1 Velgen testen
De velgen slijten als er een velgrem geïnstalleerd is.
De stabiliteit van de velgen vermindert
na hevig gebruik en de kans op bescha-
digingen neemt toe. Een verbogen, ge-
barsten of gebroken velg kan ernstige
ongevallen en valpartijen veroorzaken.
Gebruik
uw FLYER niet meer als u merkt
dat een velg beschadigd is. Laat de velg
door een FLYER dealer controleren.
Velgen voor velgremmen hebben een
markering die de slijtage van de velg
aangeeft. Daarvoor zijn op het velgen-
oppervlak rondom punten of groeven
aangebracht.
Als deze punten of groeven op één of
meerdere plekken niet meer zichtbaar
zijn, moeten de velgen vervangen wor
-
den. Laat de velgen regelmatig door een
FL
YER dealer controleren, ten minste
bij het vervangen/omwisselen van de
remblokjes.
13.2 Banden en binnenbanden
Banden zijn aan slijtage onderhevig.
Controleer regelmatig de proeldiepte,
bandenspanning, de staat van de zijde-
lingse bandvlakken en let op de tekenen
van broosheid of slijtage.
De maximaal toelaatbare bandenspan-
ning mag bij het oppompen niet worden
overschreden.
Anders bestaat de kans
dat de band klapt.
Velgen met punten die
aangeven hoe ver ze
versleten zijn