De werkingsparameters van de besturingseenheid kunnen worden afge-
steld met behulp van de “trimmers” (afb. 12) op de besturingseenheid.
•Werktd (TL): in de werkingsmodus “Semi-automatisch” regelt deze
parameter de maximumduur van de Openings- of Sluitmanoeuvre. Om
deze parameter in te stellen gaat u als volgt te werk: a) selecteer de wer-
kingsmodus “Semi-automatisch” en zet de dip-switch 1op“ON”;b) zet de
“trimmerTL”halverwege;c) voer een complete Openings- en Sluitcyclus
uit en controleer of de ingestelde maximumduur van de Openings- of Sluit-
manoeuvrevoldoendeisenofereenmargevan2of3secondenoverblft;
stel zo nodig de “trimmer TL” opnieuw in op de maximumwaarde. Indien
deze maximumduur nog steeds niet voldoende is, dient u de geleidings-
brugTLMdiezichindenabheidvandetrimmerTLbevindtdoortesn-
den (afb. 12),omzoeen“Verlengdewerktd”(TLM)teverkrgen.
Als u de vertragingsfunctie wilt gebruiken, dient u de trimmer zodanig in te
stellendatdevertragingsfasebegintop50-70cmvoorhetpuntwaarop
de eindschakelaar in werking treedt.
Eeneventuelewzigingvandezeparameterzalzichtbaarzngedurende
hetuitvoerenvandeeersteOpeningsmanoeuvrewaarunadewziging
een instructie voor verstuurt.
• Pauzetd (TP): in de werkingsmodus “Automatisch” regelt deze para-
meterdetddieverstrkttussenheteindvandeOpeningsmanoeuvreen
het begin van de Sluitmanoeuvre. Om deze parameter in te stellen gaat u
als volgt te werk: a) selecteer de werkingsmodus “Automatisch” door de
dip-switch 2op“ON”tezetten;b)stelde“trimmerTP”innaarwens;c) om
tecontrolerenofdeingesteldetdcorrectis,voertueencompleteOpe-
ningsmanoeuvreuitencontroleertudetddieverstrkttotaanhetbegin
van de Sluitmanoeuvre.
•Kracht (F): Let op–Deinstellingvandezeparameterkanaanzienlke
gevolgenhebbenvoordeveiligheidvandeautomatisering,bhetuitvoe-
renvandezeinstellingdientudaarommetdegrootstmogelkeaandacht
te werk te gaan.
Omdezeparameterintestellendientuverschillendemogelkhedenuitte
proberen en de gedurende een manoeuvre door de vleugel uitgeoefende
krachttemetenendezetevergelkenmetdewaardendievoorzienzn
doordeplaatselkgeldendenormen.
Werkingsmodus
Stap-voor-stap (PP): deze modus, die gebruikt wordt in de hand-
bedieningsmodus (persoon aanwezig), activeert beurtelings de Ope-
nings- en Sluitmanoeuvre en wanneer de instructie eindigt, stopt de
manoeuvre die aan de gang is.
Demanoeuvrestopt,zowelbdeOpenings-alsbdeSluitbeweging,ook
alsdeeindschakelaarsinwerkingtreden,bovendienstoptbdeSluitma-
noeuvre de beweging ook als er geen toestemming is van de veiligheids-
inrichtingen“Foto”.Indiendaarentegen’“ALT”inwerkingtreedt,zowelb
deOpenings-alsdeSluitbeweging,stoptdemanoeuvreonmiddellken
wordt er een korte omkering uitgevoerd.
Wanneerdemanoeuvrestopt,moethetversturenvandeinstructiebeëin-
digd worden voordat een nieuwe instructie verstuurd kan worden.
Wanneerdaarentegendemodus“Stap-voor-stap”gebruiktwordtinéén
van de automatische modi (“Semi-automatisch”, “Automatisch” of
“Slu it altd”), bewerkstelligt het versturen van een instructie de active-
ring, beurtelings, van de Openings- en Sluitmanoeuvre, een tweede ver-
sturing van een instructie activeert de “Stop”. Indien daarentegen ’“ALT”
inwerkingtreedt,zowelbdeOpenings-alsdeSluitbeweging,stoptde
manoeuvreonmiddellkenwordtereenkorteomkeringuitgevoerd.
Indien men de automatische werkingsmodus gebruikt, zal er na een Ope-
ningsmanoeuvreeenpauzezn,ennaaoophiervanwordtereenSluit-
manoeuvre uitgevoerd.
Als gedurende de pauze de veiligheidsinrichtingen “Foto” in werking tre-
den,zaldetimerwordenteruggezetopeennieuwePauzetd;alsgedu-
rende de pauze daarentegen ’“Alt” in werking treedt, wordt de automati-
sche sluitfunctie geannuleerd en wordt een “Stop” geactiveerd.
Gedurende de Openingsmanoeuvre heeft de activering van “Foto” geen
enkeleuitwerking;gedurendedeSluitmanoeuvredaarentegenveroorzaakt
heenomkeringvandemanoeuvre,vervolgenseenpauzeendaarnade
Sluitmanoeuvre.
Programmeerbare functies
De besturingseenheid beschikt over een aantal microschakelaars voor de
activering van functies waarmee de automatisering kan worden aangepast
aan de eisen van de gebruiker en waarmee de veiligheid ervan in de ver-
schillende gebruikscondities kan worden verhoogd.
Om de functies te activeren of deactiveren gebruikt u de dip-switch 1 of
2: om de functies te activeren zet u hem op “ON” en om de functies te
deactiveren zet u hem op “OFF”.
Sommigevandebeschikbarefunctieshebbentemakenmetdeveiligheid;
–Decontactenmoetenabsoluutvanhetmechanischetypeznenlosge-
koppeld van willekeurig welk potentiaal, trapaansluitingen zoals die van het
type“PNP”,“NPN”,“OpenCollector”etc.znniettoegestaan.
Ga voor het aansluiten van de voedingskabel te werk zoals op afb. 13 is
aangegeven. De voedingskabel moet worden vastgezet met de hier-
voor bestemde kabelklem, zoals aangegeven b punt 13-3. Opmer-
king – Hetismogelkdatbepaaldebesturingseenheidmodellennietvoor-
zienznvanhettransparantedeksel.
4.1 - Eerste inschakeling en controle van de aansluitingen
LET OP! – Alle hierna in de handleiding beschreven werkzaamhe-
den worden verricht op elektrische circuits die onder spanning
staan, de manoeuvres kunnen dus gevaarlk zn! Ga daarom voor-
zichtig te werk.
01. Geef stroom aan de besturingseenheid en controleer of er tussen de
klemmen 8-9 circa 24 Vac is.
02. Controleer of de led “OK”, na een aantal maal snel geknipperd te heb-
ben, met regelmatige tussenpozen gaat knipperen.
03.Controleeropditpuntofdeled’sdiehorenbdeingangenmetNC
contactenbranden(=alleveilighedenactief)enofdeled’shorendb
deNAingangenuitzn(=geeninstructieaanwezig).
Als dit niet zo is, dient u de verschillende aansluitingen en de wer-
king van de verschillende inrichtingen te controleren. De ingang “Halt”
(Alt)zal,wanneerhinwerkingtreedtzoweldeeindschakelaarvande
Openingsbeweging (FCA) als de eindschakelaar van de Sluitbeweging
(FCC) deactiveren.
04. Controleer de aansluiting van de eindschakelaars: beweeg de hendel
van de eindschakelaar en controleer of de betreffende eindschakelaar
inwerkingtreedtendebbehorendeledopdebesturingseenheiduit
laat gaan.
05. Ontgrendel de reductiemotor, breng de vleugel van de poort halverwe-
ge het bewegingstraject en vergrendel de reductiemotor vervolgens.
OpdezemanierisdevleugelvromzoweldeOpenings-alsdeSluit-
beweging uit te voeren.
06. Controleer of de beweging van de vleugel plaatsheeft in de juiste rich-
ting, zoals door de besturingseenheid wordt gesignaleerd. Belangrk
– Het is verplicht deze controle uit te voeren. Als de richting
van de vleugel niet correct is ten opzichte van de signalering
door de besturingseenheid, is het mogelk dat de automati-
sering ogenschnlk goed werkt (de cyclus “Open” is vrwel
gelk aan de cyclus “Sluit”), maar in werkelkheid zouden de
veiligheidsinrichtingen genegeerd kunnen worden gedurende
het uitvoeren van de Sluitmanoeuvre. In dit geval zouden de
veiligheidsinrichtingen alleen in werking treden gedurende de
Openingsmanoeuvre, en zo hersluiting van de poort tegen het
obstakel veroorzaken, met desastreuze gevolgen!
07. Controleer of de draairichting van de motor correct is, stuur een kor-
te impuls naar de ingang PP, de besturingseenheid voert als eerste
manoeuvrealtdeenOpeninguit,hetisdusvoldoendeomtecontro-
leren of de motor in Openingsrichting draait.
Als dit niet het geval is, dient u als volgt te werk te gaan:
a) maakdebesturingseenheidspanningsloos;
b) draai de voedingsconnector van de motor (l - afb. 12) en die van de
eindschakelaar 180° (g - afb. 12);
c) zet op dit punt de besturingseenheid weer onder stroom en herhaal
de controle van punt 07.
De led “OK” op de besturingseenheid (afb. 12) dient voor het signaleren
van de werkingsstatus van de besturingseenheid:
- 1 knippering met regelmatige tussenpozen van 1 seconde = geeft aan
dat de interne microprocessor actief is en klaar om instructies te ontvan-
gen.
- 1 snelle dubbele knippering = geeft aan wanneer de microprocessor een
verandering van de werkingsstatus van een ingang detecteert (zowel van
eenbesturingsingangalsvandedip-switchvandefuncties);ditgebeurt
ookalsdegedetecteerdeveranderinggeenonmiddellkegevolgenheeft.
- 1 zeer snelle knippering met een duur van 3 seconden = geeft aan dat de
besturingseenheid onder stroom werd gezet en bezig is met een test om
de werkingsstatus te controleren.
- 1 knippering met onregelmatige tussenpozen = geeft aan dat de test niet
goed verlopen is en dat er een storing aanwezig is.
INSTELLING VAN DE PARAMETERS
5
4 – Nederlands
NL