15
NL
14
5.8 Ondersteuningsmodi instellen
Met de toetsen + en – aan de bedieningseenhe-
den FLYER Remote Control RC1 en RC2 kunt u
het ondersteuningsniveau instellen
.
[HIGH] Maximale ondersteuning voor
sportief rijden tot hoge trapfre-
quenties
.
STD Krachtig ondersteuningsniveau
voor sportief rijden in het stads-
verkeer
ECO Doeltreffend ondersteunings-
niveau
bijmaximaleefciëntie
voor maximale actieradius.
AUTO Het systeem kiest het passende
ondersteuningsniveau voor de
huidige rijsituatie zelfstandig en
automatisch uit.
OFF Geen motorondersteuning.
U rijdt met uw FLYER zoals
meteennormaleets.Alle
boordcomputerfuncties kunnen
worden opgeroepen.
Duw-/starthulp
5.9 Verlichting
Naargelang de inzet en het type ets worden
andere verlichtingssystemen gemonteerd. Als er
een dagrijlichtfunctie voorhanden is, dan wordt er
automatisch geschakeld tussen dimlicht en dag
-
rijlicht
.
FLYER met trapondersteuning tot boven
25 km/h met groot licht
Basisinstellin
g:
bij het inschakelen van het sys-
teem wordt automatisch het dimlicht resp
. dagrij-
licht ingeschakeld Functie van de lichttoets: scha-
kelen tussen dim- resp
. dagrijlicht en groot licht
FLYER e-mountainbikes
Basisinstelling: bij het inschakelen van het sys
-
teem blijft het licht uitgeschakeld Functies van de
lichttoets: inschakelen van het licht (groot licht)
door te drukken op de lichttoets, overgang naar
het dim- resp
. dagrijlicht door een tweede keer te
drukken op de lichttoets. Uitschakeling van het
licht door lang te drukken op de lichttoets (min
-
stens 1 seconde)
FLYER met trapondersteuning tot 25 km/h
Basisinstellin
g: bij het inschakelen van het sys
-
teem blijft het licht uitgeschakeld Functies van de
lichttoets: inschakelen
van het licht (dim- resp.
dagrijlicht) door te drukken op de lichttoets, uit-
schakelen van het licht door een tweede keer te
drukken op de lichttoets
.
Snelheidssensor
Met behulp van de snelheidssensor kan de snel-
heid op het FLYER-display D1 worden aangege-
ven en de benodigde tijd juist worden berekend
.
De voorwaarde is dat de snelheidssensor en de
daarbij behorende spaakmagneet zodanig zijn be-
vestigd dat de afstand tussen de spaakmagneet en
de markeringspositie op de snelheidssensor 1 mm
tot 5 mm bedraagt
. Er wordt een fout gemeld als
deze afstand niet juist is.
Voeding van externe apparaten
U kunt met behulp van de USB-aansluiting ex-
terne apparaten - bijv
. smartphones die via USB
van energie worden voorzien - opladen. Daarbij
kan de laadkabel van het apparaat direct op de
FLYER-display D1 worden aangesloten, daar hij
over een USB type A-aansluiting beschikt. Een
adapterkabel is bijgevolg niet nodig.
De voorwaarde voor het opladen van externe ap
-
paraten is dat een opgeladen FLYER-accu in uw
FLYER e-bike voorhanden is
.
Open de afdekking van de USB-aansluiting aan
het display en sluit de laadkabel van het apparaat
op het display aan.
• Plaats het aangesloten apparaat tij
-
dens het opladen niet op een schuine
of onstabiele ondergrond
. Het gevaar
bestaat namelijk dat het valt en wordt
beschadigd.
• Laad geen externe apparaten op
terwijl het regent en sluit geen natte
USB-kabel aan. De USB-verbinding
is geen waterdichte steekverbinding!
• Er mag bij ritten in de regen geen ex
-
tern apparaat worden aangesloten en
de
USB-aansluiting
moet compleet
met de beschermkap zijn afgesloten.
• Let erop dat de rubberen dop na het
gebruik van de USB-aansluiting op
-
nieuw vastzit
.
• Controleer of de spanningswaarden
van de USB-aansluiting voor uw ap-
paraat geschikt zijn
. (U vindt de span-
ningswaarden onder Technische Ge-
gevens
.)