76
Nederlands
• Aanwijzingen voor eerste controles na installatie en
herhalingscontroles
Nationalevoorschriftenkunnenvóórdeinbedrijfna-
meenmetregelmatigetussenpozencontrolesvan
hetlaadsysteemvoorschrijven.Voerdezecontroles
uitovereenkomstigdetoepasselijkevoorschriften.
Hiernaontvangtuaanwijzingenoverhoedezecon-
troles uitgevoerd kunnen worden.
• Controle beschermingsgeleider
Meetnadeinstallatieenvóórheteersteinschakelen
decontinuïteitvandebeschermingsgeleider.Verbind
hiervoor de laadkoppeling met een testadapter voor
voertuigsimulatievolgensENIEC61851-1. Meet de
weerstandvandebeschermingsgeleidertussende
beschermingsgeleideraansluitingvandeadapteren
hetaansluitpuntvandebeschermingsgeleiderin
de installatie van het gebouw. De waarde van de be-
schermingsgeleidermagbijeentotalelengtevande
leiding(aansluitleidingvanhetlaadsysteemenvoer-
tuiglaadkabel)tot5mdewaardevan300mΩniet
overschrijden.Bijlangereleidingenmoetenverhogin-
genconformdetoepasselijkenationalevoorschriften
wordenopgeteld.Deweerstandmaginiedergeval
dewaardevan1Ωnietoverschrijden.
• Isolatiecontrole
Omdathetlaadsysteemovernetscheidingsrelais
beschikt,zijntweeisolatiemetingenvereist.Het
laadsysteem moet hiertoe van de netvoeding losge-
koppeldzijn.Schakeldaaromvoorafgaandaande
meting de netspanning op de installatieautomaat in
de huisinstallatie uit.
» 1. Meting primaire zijde van het laadsysteem
Meet aan de primaire zijde van het laadsysteem de
isolatieweerstand op het aansluitpunt van de toe-
voerleiding van het laadsysteem in de huisaanslui-
ting.Dewaardemag1MΩnietonderschrijden.
Het laadsysteem is voorzien van een over-
spanningsbeveiligingsinrichting. Hier mag
in het kader van de meting rekening mee
worden gehouden.
» 2. Meting secundaire zijde van het laadsysteem
Verbind hiervoor de laadkoppeling met een
testadapter voor voertuigsimulatie volgens
ENIEC61851-1.Voerdeisolatiemetinguitdoor
middel van de meetaansluitingen op de testadap-
ter.Dewaardemag1MΩnietonderschrijden.Als
alternatiefkanookdeverschilstroommethodein
combinatiemetdemetingvandebeschermings-
geleiderstroom worden uitgevoerd. De waarde
van3,5mAmaginbeidegevallennietworden
overschreden.Verbindvoordezemetingendelaad-
koppeling met een testadapter voor voertuigsimu-
latievolgensENIEC61851-1.Demetingenmoeten
in toestand C van de adapter worden uitgevoerd.
Deverschilstroommetingmoetwordenuitgevoerd
op het aansluitpunt van de toevoerleiding van het
laadsysteem in de huisaansluiting.
De volgende meting kan naargelang het
gebruikte meetapparaat niet op de adapter
worden uitgevoerd. Voer in dat geval de
controle uit op de aansluitklemmen.
• Controle van de uitschakelvoorwaarde in geval van
kortsluiting (Z
L-N
)
Verbind voor deze metingen de laadkoppeling met
een testadapter voor voertuigsimulatie volgens
ENIEC61851-1.DemetingenmoetenintoestandC
van de adapter worden uitgevoerd. Voer de metingen
uit op meetaansluitingen van de testadapter. De
waarden overeenkomstig de gekozen installatie-
automaatmoeteninachtgenomenworden.
• Controle van de uitschakelvoorwaarde in geval van
een fout (RCD-activering)
Verbind voor deze metingen de laadkoppeling met
een testadapter voor voertuigsimulatie volgens
ENIEC61851-1.DemetingmoetintoestandCvande
adapter worden uitgevoerd. Voer de meting uit op
de meetaansluitingen van de testadapter met een
geschiktmeetapparaat.Dewaardenovereenkomstig
degekozenRCDenhetnetmoeteninachtgenomen
worden.
• Controle van de geïntegreerde DC-lekstroomher-
kenning
Verbind voor deze metingen de laadkoppeling met
een testadapter voor voertuigsimulatie volgens
ENIEC61851-1.DemetingenmoetenintoestandC
van de adapter worden uitgevoerd. Voer de metingen
uit op meetaansluitingen van de testadapter met een
geschiktmeetapparaat.Hetlaadsysteemmoetbij
eenlekstroomgroterdan6mADCdelaadkoppeling
van het net loskoppelen. De storingsmelder op het
laadsysteem moet reageren.
• Controle van de voorgeschakelde RCD
DevoorgeschakeldeRCDmoetophetaansluitpunt
van de voedingskabel van het laadsysteem in de
huisaansluitinggecontroleerdworden.DeRCDmoet
conformdenationalevoorschriftenactiefworden.
1.6 Opmerkingen m.b.t. gebruikte tekens,
symbolen en markeringen
Gevarenaanduiding:
Duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot de
dood of tot ernstig letsel kan leiden als de veiligheids-
maatregelen niet worden opgevolgd. Werkzaamheden
mogen uitsluitend door vakkundige personen worden
uitgevoerd.
Opmerking:
aanvullende informatie.