NL/BE
101
Verbind eerst de stekker
32
met de met ”-” gemarkeerde aansluiting. Draai deze met de wijzers van
de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt. Verbind nu het slangenpakket
met directe aansluiting
10
met de overeenkomstige aansluiting. Fixeer de verbinding door de
fixeerring
38
met de wijzers van de klok mee aan te halen.
Verbind dan de aardingskabel
4
met de dienovereenkomstig met ”+” gemarkeerde aansluiting en
draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren.
z Lasdraad plaatsen
Ontgrendel en open de afdekking voor de draadaanvoereenheid
1
door de ontgrendelknop
omhoog te drukken.
Ontgrendel de roleenheid door de rolhouder
27
tegen de wijzers van de klok in draaien (zie afb. F).
Trek de rolhouder
27
van de as af (zie afb. F).
AANWIJZING: Let erop dat het uiteinde van de draad niet loskomt waardoor de rol op eigen
kracht afrolt. Het uiteinde van de draad mag pas tijdens de montage worden losgemaakt.
Pak de lasdraad-lasspoel
15
volledig uit, zodat deze ongehinderd kan worden afgerold.
Maak het uiteinde van de draad echter nog niet los.
Plaats de draadrol op de as. Let erop dat de rol aan de zijde van de draaddoorvoer
29
wordt
afgewikkeld (zie afb. G en M).
Plaats de rolhouder er
27
weer op en vergrendel deze door aan te drukken en met de wijzers van
de klok mee te draaien (zie afb. G).
Draai de stelschroef
25
los en zwenk deze omlaag (zie afb. H).
Draai de drukroleenheid
26
naar de zijkant weg (zie afb. I).
Maak de aanvoerrolhouder los
28
door tegen de wijzers van de klok in te draaien en trek hem er
naar voren af (zie afb. J).
Controleer op de bovenzijde van de aanvoerrol
18
, of de juiste draaddikte is aangegeven.
Indien nodig, moet de aanvoerrol
18
worden omgedraaid of vervangen (zie afb. N).
De meegeleverde lasdraad (Ø 1,0mm) moet in de aanvoerrol
18
met de aangegeven draaddikte
van Ø 1,0mm worden gebruikt. De lasdraad moet zich in de bovenste groef bevinden!
Plaats de aanvoerrolhouder
28
er terug op en schroef deze met de wijzers van de klok mee vast.
Verwijder het gasmondstuk
7
door met de wijzers van de klok mee te trekken en te draaien (zie afb. K).
Schroef het lasmondstuk
14
eruit (zie afb. K).
Leid het slangenpakket met directe aansluiting
10
zo recht mogelijk van het lasapparaat weg
(leg het op de grond).
Neem het uiteinde van de draad uit de spoelrand (zie afb. L).
Kort het uiteinde van de draad in met een draadschaar of een zijkniptang om het beschadigde
gebogen uiteinde van de draad te verwijderen (zie afb. L).
AANWIJZING: De lasdraad moet de volledige de tijd gespannen worden gehouden om te
vermijden dat deze loskomt en afrolt! Het is aan te raden om de werkzaamheden altijd met een andere
persoon uit te voeren.
Schuif de lasdraad door de draaddoorvoer
29
(zie afb. M).
Leid de lasdraad langs de aanvoerrol
18
en schuif deze daarna in de slangenpakkethouder
30
(zie afb. N).
Zwenk de drukroleenheid
26
in de richting van de aanvoerrol
18
(zie afb. O).
Haak de stelschroef
25
erin (zie afb. O).
Stel de contradruk in met de stelschroef
25
. De lasdraad moet vast tussen drukrol en aanvoerrol
18
in de bovenste geleiding zitten zonder bekneld te raken (zie afb. O).
Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar
5
in (zie afb. A).
Duw de toortsknop in
9
.