106
NL/BE
Overlappende lasverbindingen
De meest gebruikelijke voorbereiding is die met rechte lasranden. De las kan door een normale
hoeklasnaad worden losgemaakt. De beide werkstukken moeten zo dicht als mogelijk tegen elkaar aan
worden gebracht, zoals in afbeelding AB getoond.
AB
z MMA-lassen
Controleer of de hoofdschakelaar
5
op de stand ”O” (”OFF”) staat resp. of de stroomstekker
3
niet
in de contactdoos is gestoken.
Sluit de elektrodehouder
34
en de aardingsklem
4
aan op het lasapparaat, zoals in afbeelding AC
wordt getoond. Neem hierbij ook de gegevens van de elektrodefabrikant in acht.
Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor.
Sluit de aardingsklem
4
op het werkstuk aan.
Klem de elektrode in de elektrodehouder
34
.
Schakel het apparaat in door de hoofdschakelaar
5
in stand ”I” (”ON”) te zetten.
Kies de modus ”MMA” door het bedienen van de keuzetoets Lasmodus
35
, totdat het indicatorlampje
naast ”MMA” brandt.
Stel de lasstroom met de draaischakelaar voor lasstroominstelling
6
afhankelijk van de gebruikte
elektrode in.
AC
34
4
6