102
NL/BE
Nu schuift het draadaanvoersysteem de lasdraad door het slangenpakket
10
en de toorts
8
.
Zodra de lasdraad 1 – 2cm uit de toortshals
31
steekt, toortsknop
9
opnieuw loslaten (zie afb. P).
Schakel het lasapparaat weer uit.
Schroef het lasmondstuk
14
er weer in. Let erop dat het lasmondstuk
14
bij de diameter van de
gebruikte lasdraad past (zie afb. Q). Bij de meegeleverde lasdraad moet het lasmondstuk
14
met de
identificatie 1,0 resp. 1,0A worden gebruikt bij gebruik van de aluminium massieve draad.
Schuif het toortsmondstuk
7
met een draai naar rechts weer op de toortshals
31
(zie afb. R).
Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadiging
te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroomstekker uit het
stopcontact.
z Ingebruikname
z Apparaat in- en uitschakelen
Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar
5
in en uit. Wanneer u het lasapparaat langere tijd
niet gebruikt, trekt u de stroomstekker uit het stopcontact. Alleen dan is het apparaat volledig zonder
stroom.
z Lasmethode kiezen
Stel eerst de lasmodus in door te drukken op de keuzetoets Lasmodus
35
. U kunt kiezen tussen Al
(aluminium lassen), MIG, MAG en FLUX (gevulde draad). Vervolgens kunnen de spanning en de stroom
via de draaischakelaars
6
en
36
worden ingesteld. Voor aluminiumdraad evenals 0,8mm massieve
draad en 1,0mm gevulde draad kan de modus SYN worden gekozen. In deze modus zijn de stroom en
spanning reeds op elkaar afgestemd. Dit is met name raadzaam voor ongeoefende gebruikers.
Om SYN te activeren kiest u eerst de gewenste lasmodus en houdt u vervolgens de keuzetoets Lasmodus
35
gedurende ca. 2sec ingedrukt. De optimale lasinstellingen dienen in elk geval op een proefwerkstuk
te worden bepaald.
z Lassen
Overbelastingsbeveiliging
Het lasapparaat is beveiligd tegen thermische overbelasting door een automatische veiligheidsinrichting
(thermostaat met automatisch opnieuw inschakelen). Bij overbelasting onderbreekt de veiligheidsinrichting
het stroomcircuit. De weergave O.H.
37
is verlicht.
Bij activering van de veiligheidsinrichting laat u het apparaat afkoelen. Na ca. 15minuten is het
apparaat weer gereed voor bedrijf.
Overstroomindicatie
In het geval van een verkeerd gebruik kan de uitgangsstroom de voorziene maximumwaarde overschrijden.
In dit geval onderbreekt de veiligheidsinrichting het lasstroomcircuit en op het display brandt de
overstroomwaarschuwing ”O.C”. Wanneer de overstroomwaarschuwing wordt weergegeven, schakelt
u het apparaat aan de hoofdschakelaar
5
uit. Na ca. 15minuten is het apparaat weer gereed voor
bedrijf en kan het aan de hoofdschakelaar
5
worden ingeschakeld.