instructies wordt gebruikt, kan dit het risico op
elektrische schokken voor de patiënt of bediener
verhogen.
Het product mag op geen enkele wijze worden
gewijzigd, gerepareerd of aangepast. Reparaties,
aanpassingen of wijzigingen kunnen de veiligheid van
de patiënt of gebruiker in gevaar brengen en/of een
negatief effect hebben op de werking van het product.
7.0 Voorzorgsmaatregelen
Niet gebruiken als de verpakking of de
FloTrac ‑drukkabel—Philips beschadigd is. Onder schade
vallen bijvoorbeeld scheuren, krassen, deuken of
tekenen dat de behuizing niet volledig in orde is.
Risico's van de FloTrac ‑drukkabel—Philips zijn onder
meer brandwonden of elektrische schokken bij de
patiënt, ongeschikte/onbedoelde behandeling, en/of
vertraging in de behandeling.
8.0 Installatie FloTrac ‑drukkabel—Philips
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de compatibele
Philips-monitor voor uitgebreide bewakingsprocedures.
Stap Procedure
1 Sluit het uiteinde van de
FloTrac ‑drukkabel—Philips aan op een
compatibele monitor, zoals weergegeven
met in afbeelding 1.
2 Stel de compatibele Philips-monitor in en
start deze.
3 Plaats het juiste kleurinzetstuk bij om
het bewaakte druktype aan te duiden. De
kleuren zijn als volgt:
• rood voor arteriële druk (AP – arterial
pressure);
• blauw voor centraalveneuze druk
(CVP –central venous pressure);
• geel voor longslagaderdruk
(PAP –pulmonary artery pressure);
• groen voor hartminuutvolume
(CO –cardiac output).
4 Sluit de drukbewakingssensor aan op de
FloTrac ‑drukkabel—Philips. Het
ledlampje van de FloTrac ‑drukkabel—
Philips rond de nulknop bij knippert
groen om aan te geven dat de
drukbewakingssensor is gedetecteerd. Als
het lampje geel brandt, is er een fout bij de
sensor. Als dit het geval is, raadpleeg dan
het monitorscherm voor de details over de
specifieke fouttoestand.
5 Volg alle instructies in de
gebruiksaanwijzing voor de
drukbewakingskatheter voor de procedures
voor de preparatie en het inbrengen van
de katheter. De FloTrac ‑drukkabel—Philips
moet op nul worden gesteld voordat met
bewaking wordt gestart.
9.0 De FloTrac ‑drukkabel—Philips op nul
stellen
Stap Procedure
1 Houd om de procedure te starten
de nulknop die op de afbeelding is
aangegeven met ingedrukt, of start het
proces op het scherm van de aangesloten
monitor. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing
voor de compatibele Philips-monitor voor
instructies voor de nulstelling via het
scherm.
LET OP: Oefen niet overmatig veel
druk uit op de nulknop van
de FloTrac ‑drukkabel—Philips om
kabelschade te voorkomen.
2 Breng de knop van het kraantje van de
sensor (ventilatiepoort) op één lijn met de
flebostatische as van de patiënt, volgens de
gebruiksaanwijzing.
3 Open het kraantje om de atmosferische
omstandigheden te meten.
4 Houd de nulknop van de
FloTrac ‑drukkabel—Philips of de knop op
het scherm ingedrukt om de nulstelling te
voltooien. Het ledlampje van de nulknop
gaat uit als de nulstelling correct is
uitgevoerd.
5 Bevestig dat er een stabiele nuldruk is en
draai het kraantje zodanig dat de sensor de
intravasculaire druk van de patiënt uitleest.
10.0 MRI-informatie
MR-onveilig
Gebruik de FloTrac ‑drukkabel—Philips niet in een MR-
omgeving. De FloTrac ‑drukkabel—Philips is MR-onveilig
omdat het hulpmiddel metalen onderdelen bevat waarbij
door RF geïnduceerde opwarming kan ontstaan in de MRI-
omgeving.
11.0 Specificaties
Fysieke specificaties
Kabellengte: 3m (10ft)
Bedrijfsomstandigheden
Temperatuur: 10 tot 32,5°C
Vochtigheidslimieten: 20 tot 90% niet-condenserend
Hoogte (atmosferische druk): 0m/0ft (1013hPa) tot
3048m/10.000ft (697hPa)
IP-certificering: IPX4
12.0 Onderhoud
Wanneer u de FloTrac ‑drukkabel—Philips loskoppelt
van een compatibele Philips-monitor of een
drukbewakingssensor van de FloTrac ‑drukkabel—Philips,
trek deze dan altijd los bij de connectoren. Trek niet aan de
kabels en gebruik geen gereedschap bij het loskoppelen.
LET OP: Wanneer de FloTrac ‑drukkabel—Philips te vaak
valt, kan de kabel beschadigd raken en/of een storing
gaan vertonen.
Het wordt aanbevolen om de FloTrac ‑drukkabel—Philips
periodiek te controleren op tekenen van beschadiging.
Controleer in welke staat de kabel is en vervang deze als
u het volgende aantreft: blootliggende draden, scheuren,
barsten of tekenen van overbelasting.
17