3 - 4
Bedieningselementen en instrumenten
NL
3
Controlelampjes “ ” en “ ” ’ voor
de richtingaanwijzer
De controlelampjes knipperen als de
bijbehorende richtingaanwijzer knippert.
Controlelampje ‘N’ voor neutrale
versnelling
Dit controlelampje gaat branden als de
transmissie in de neutrale versnelling
staat.
Controlelampje ‘ ‘ voor grootlicht
Dit controlelampje gaat branden als het
grootlicht van de koplamp is ingeschakeld.
Waarschuwingslampje “ ” voor
motorstoring
Dit waarschuwingslampje gaat
branden als er een probleem wordt
gedetecteerd in de motor of in een ander
voertuigcontrolesysteem. Laat in dat
geval een Benelli-dealer kijken naar het
interne diagnostische systeem.
Het elektrische circuit van het
waarschuwingslampje kan worden
gecontroleerd door de sleutel naar ‘ ON
‘ te draaien. Het waarschuwingslampje
moet nu een paar seconden branden en
weer uit gaan.
Als het waarschuwingslampje niet
gaat branden als de sleutel naar ‘ ON‘ is
gedraaid of als het waarschuwingslampje
blijft branden, moet de motorets worden
gecontroleerd door een Benelli-dealer.
Toerenteller
De toerenteller toont het aantal toeren
van de motor, zodat de bestuurder kan
zorgen dat deze binnen het ideale bereik
valt.
Koelvloeistoftemperatuur
Geeft de temperatuur van de koelvloeistof
aan. De koelvloeistoftemperatuur verschilt
en is afhankelijk van veranderingen in het
weer en van de motorbelasting. Als het
‘waarschuwingslampje’ knippert, moet
het voertuig worden gestopt en moet
de motor worden uitgeschakeld om de
temperatuur te laten dalen.
Laat de motor niet draaien als deze
oververhit raakt
Digitale klok
Toont de tijd in uren en minuten.
Instellingen voor digitale klok
U kunt de klok aanpassen door het
contact om te draaien en direct de
knop ‘Instellingen’ ingedrukt te houden.
Als deze wordt losgelaten, zal de
urenaanduiding op de meter beginnen te
knipperen.
Druk kort op de knop ‘Instellingen’ om de
waarde te wijzigen of druk lang om naar
de volgende waarde te gaan en verder te
gaan met aanpassen.
Brandstofmeter
De digitale brandstofmeter toont de
inhoud
van de brandstoftank. Als het
brandstofpeil daalt, zullen de lijnen op
de meter steeds dichter naderen tot
reservetankaanduiding ‘E’.
Zodra de laatste lijn begint te knipperen,
bevat de tank nog circa 3,2 liter brandstof.
WAARSCHUWING