5959
NL
Programmering drukknoppen voor algemene of geadresseerde relaissturing
DIP S2 met Art. 6433, 6434
DIP S1
DIP 1 DIP 2 DIP 3 DIP 4 P1 P2
A
P3 P4 P5 P6
ADRES
0000
A
ACT
1000
ACT
0100
ACT
1100
ACT
0010
ACT ACT ACT ACT ACT ACT ACT
1010
ACT
A
0110
1110
0001
1001
0101
ACT
1101
ACT
0011
ACT
1011
0111
1111
PROG
Voorbeeld:
op monitor met gebruikerscode 5 is programmering P1 = algemene
relaissturing, P2 = geadresseerde relaissturing met code 125.
1. Plaats dipswitches 5-6 van S2 in de combinatie 01.
» de led (groen) knippert.
2. Raadpleeg de tabel op pag. 59 en kies een combinatie waarin de
relaisfunctie (ACT) verschijnt voor de drukknoppen die u wenst te
programmeren.
Voorbeeld: voor P1 = algemene relaissturing stelt u de dipswitches 1-2-
3-4 van S2 in op de combinatie 1000 of 1100 of 0010 (P1=ACT), en stelt
u de dipswitch van S1 in op de combinatie 11111111, ga door naar punt 3
Voorbeeld: voor P2 = relaissturing geadresseerd op code 125 stelt u de
dipswitches 1-2-3-4 van S2 in op de combinatie 0010 of 1010 (P2=ACT),
en stelt u S1 in met adres 125 volgens tabel C op pag. 61, ga door naar
punt 3.
3. Duw op de drukknop waaraan u de functie wil toewijzen en laat weer los.
» de led (groen) gaat aan.
» bevestigingstoon in de hoorn.
4. Om de programmering te verlaten stelt u dipswitches 5-6 van S2 in op
de combinatie 00.
» de led (groen) gaat uit.
5. Aan het eind van de programmering stelt u de dipswitches 1-2
3-4 van S2 in op de combinatie 1111. Stel de instelling van de
gebruikerscode opnieuw in op S1, zie tabel A op pag. 57.
Programmeringen voor intercomoproep
De algemene en selectieve intercom zijn NIET compatibel op dezelfde stamleiding.
1) 2) 3)
S1
DIP
1
DIP
2
DIP
3
DIP
4
DIP
5
DIP
6
S2
Programmering; code invoeren, TAB. B op pag. 59
000111
Wissen 111111
Noteer de instelling van S2, S1 en herstel deze aan het einde van de programmering.
DIP ON
2 sec
Programmeren/wissen van een intercomadres (enkel voor selectieve intercom)
Code Dip switch ON S1 Code Dip switch ON S1 Code Dip switch ON S1
1
1
4
4
7
7
2
2
5
5
8
8
3
3
6
6
TAB. B Adressen voor selectieve intercom
Het intercomadres moet bij alle binnentoestellen van de stamleiding worden ingesteld.
Het is mogelijk om hetzelfde intercomadres aan max. 3 binnentoestellen te koppelen.
Voor de groepsoproep moeten de gewenste intercomcodes tegelijkertijd worden geselecteerd (max. 3).