Voorzorgsmaatregelen:
•
Zorg er altijd voor dat het voertuig in neutraal staat (of ingesteld op parkeerstand indien
het voertuig is uitgerust met automatische versnellingsbak).
•
Activeer altijd de handrem of parkeerrem van het voertuig.
•
Zet altijd de wielen van het voertuig vast met specifieke mechanische blokken.
2.2.4 Gevaren Veroorzaakt door Bewegende Onderdelen
Voertuigmotors bevatten onderdelen die bewegen, beide wanneer werkzaam en
niet werkzaam (bijv.: de koelventilator wordt door een thermoschakelaar geregeld
i.v.m. de koelvloeistoftemperatuur en kan zelfs met uitgeschakeld voertuig worden
geactiveerd), die persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen:
•
Houd handen uit de buurt van bewegende onderdelen.
•
Ontkoppel altijd de koelventilator wanneer u aan een nog hete motor werkt. Dit voorkomt
plotselinge activering van de ventilator, wat zelfs met uitgeschakeld motor kan
gebeuren.
•
Draag geen stropdas, losse kleding, polssieraden of horloges wanneer u aan een
voertuig werkt.
•
Houd aansluitkabels, sondes en dergelijke voorwerpen uit de buurt van de bewegende
motoronderdelen.
2.2.5 Risico op Brandwonden of Verschroeiing
De onderdelen blootgesteld aan hoge temperaturen in motors die bewegen of
onlangs zijn gestopt, kunnen de gebruiker verbranden.
Vergeet niet dat de katalysator extreem hoge temperaturen bereikt, wat ernstige
brandwonden ten gevolge kan hebben of zelfs een brand kan starten.
Zuur in voertuigaccu's is ook een mogelijk gevaar.
Voorzorgsmaatregelen:
•
Bescherm uw gezicht, handen en voeten door geschikte bescherming te dragen.
•
Vermijd contact met hete oppervlaktes, zoals bougies, uitlaatpijpen, radiateurs en
aansluitingen binnenin het koelsysteem.
•
Zorg ervoor dat er in de buurt van de uitlaatdemper zich geen olievlekken, poetsdoeken,
papier of andere gemakkelijk ontvlambare materialen bevinden.
•
Vermijd contact tussen het elektroliet en uw huid, ogen en kleding, daar dit een bijtend
en zwaar giftig mengsel is.
2.2.6 Brand- en Ontploffingsgevaar
Hier volgen de mogelijke brand- en / of ontploffingsgevaren:
•
De brandstoftypes gebruikt door het voertuig en de dampen afgegeven door
deze brandstoffen.
•
De koelvloeistoffen gebruikt door het A / C-systeem.
•
Het zuur in de voertuigaccu's.
379
nl