13 COMMUNICATIE
De in het apparaat geïnstalleerde Wi-Fi module maakt het mogelijk om:
•
verbinding te maken met het Internet, updates te ontvangen voor de geïnstalleerde
software;
•
gebruikt te worden via de weergave eenheden.
De in het apparaat geïnstalleerde Bluetooth module maakt het mogelijk om:
•
verbinding te maken met en te interacten met de VCI's, om de fotometrische analyses
aan te vullen.
De configuratie van de communicatie vindt plaats via de specifieke softwarefuncties.
Om in staat te zijn gebruik te maken van de diagnose functies:
1.
moet de specifieke HASP sleutel verbonden worden met één of twee USB aansluitingen
op het apparaat;
2.
de diagnose software activeringsprocedure moet zijn uitgevoerd.
407
nl