Voorzorgsmaatregelen:
•
Laat de motor afkoelen.
•
NIET roken rondom het voertuig.
•
Het voertuig NIET blootstellen aan open vlammen.
•
Controleer of alle elektrische verbindingen goed geïsoleerd zijn en stevig op hun plek
zitten.
•
Verzamel eventueel gemorste brandstof.
•
Verzamel eventueel gemorste koelvloeistof.
•
Zorg ervoor altijd in een omgeving te werken met een goed ventilatie- en
luchtafzuigsysteem.
•
Activeer altijd het luchtafzuigsysteem wanneer u in omsloten ruimtes werkt.
•
Zorg ervoor dat geen vonken worden afgegeven bij het aansluiten van kabels op de
accu.
2.2.7 Lawaairisico
Luid lawaai dat voorkomt in de werkplaats, voornamelijk tijdens serviceprocedures,
kan gehoorbeschadiging veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen:
•
Bescherm uw oren door geschikte oorbescherming te dragen.
2.2.8 Hoogspanningsgevaar
De voeding vanuit het stopcontact dat de apparatuur in de werkplaats aandrijft en
de spanning binnenin het startmotorsysteem van het voertuig vormen een risico
op schokken voor de gebruiker.
Voorzorgsmaatregelen:
•
Zorg ervoor dat het elektrische systeem in de werkplaats voldoet aan de huidige
nationale richtlijnen.
•
Zorg ervoor dat het gebruikte voertuig geaard is.
•
Onderbreek de voedingsspanning voordat er kabels ontkoppelt of aangesloten worden.
•
Raak NOOIT de hoogspanningskabels aan wanneer de motor draait.
•
Zorg ervoor dat uzelf goed geïsoleerd bent tegen de massa tijdens gebruik van de
instrumenten.
•
Werk uitsluitend met droge handen.
•
Houd geleidende vloeistoffen uit de buurt van de motor wanneer werkzaam.
•
Laat geen gereedschap achter op de accu, omdat dit eventueel ongewenst contact kan
maken.
2.2.9 Vergiftigingsgevaar
De slangen gebruikt voor extractie van koelvloeistoffen kunnen giftige gassen
vrijgeven, die een gevaar vormen voor de gebruik wanneer blootgesteld aan
temperaturen hoger dan 250 °C of in geval van brand.
380