3 SPECIFIEKE VEILIGHEIDSREGELS VOOR HET GEBRUIK VAN
eLIGHT ONE EN eLIGHT ONE
D
De technologie gebruikt voor het ontwerp en de productieaansturing van eLIGHT ONE /
eLIGHT ONED maken het een betrouwbaar, eenvoudig en veilig apparaat om te gebruiken.
Het personeel dat verantwoordelijk is voor het gebruik van de diagnose en meet apparatuur
moet de algemene veiligheidsregels volgen en eLIGHT ONE /eLIGHT ONE
D
het apparaat
alleen gebruiken voor het bedoelde gebruik. Bovendien zijn ze verplicht om het onderhoud
uit te voeren zoals beschreven in deze handleiding.
3.1 Begrippenlijst
Bediener: een gekwalificeerd persoon verantwoordelijk voor gebruik van het diagnostische
instrument.
apparaat: elk eLIGHT ONE / eLIGHT ONE
D
apparaat
3.2 Algemene Regels
•
De gebruiker moet beschikken over basiskennis van mechanica, autotechniek,
autoreparatie en van de mogelijke gevaren die zich kunnen voordoen bij zelfdiagnose-
en meet-werkzaamheden.
•
De operator moet alle informatie en instructies in de technische documentatie die met
het instrument is geleverd aandachtig doorlezen.
3.3 Veiligheid van de Gebruiker
Het apparaat is ontworpen en gebouwd om stabiel en solide te zijn wanneer het
correct is geïnstalleerd.
Ernstige schokken kunnen de stabiliteit, behalve de functionaliteit, in gevaar
brengen.
Veiligheidsmaatregelen:
•
Verplaats het apparaat alleen zoals is aangegeven in deze handleiding.
•
Verplaats het apparaat niet over ruwe of oneffen vloeren.
•
Vermijd voor zover mogelijk het verplaatsen van het apparaat op steile hellingen.
Het apparaat werd ontworpen en gebouwd om de mogelijkheid van pletten door
bewegende delen te minimaliseren.
Ongeschikte kleding voor de werkomstandigheden en onvoorzichtig gebruik van
het apparaat kunnen de bediener blootstellen aan verwondingsgevaar.
Veiligheidsmaatregelen:
•
Gebruik de nodige veiligheidsuitrusting.
•
Draag altijd geschikte kleding voor de werkomgeving.
•
Wees voorzichtig bij het aanpassen van de bewegende delen van het apparaat.
382