14.2 Voorbereiding van Voertuig
Zorg er, voordat er verder wordt gegaan met de fotometrische analyse, voor dat het voertuig
zich in een geschikte toestand bevindt zodat het resultaat niet op het spel wordt gezet door
externe factoren.
Zorg er voor dat de parkeerrem aangetrokken blijft gedurende de
werkzaamheden aan het voertuig.
Zorg er voor dat:
•
de koplampen schoon en droog zijn;
•
de voertuigwielen recht staan;
•
er geen elementen zijn die de juiste voertuigtoestand kan aantasten (zoals modder,
sneeuw, ijs, enz.);
•
er geen verstoringen van het chassis zijn;
•
de bandendruk op de door de fabrikant aangegeven waarde is ingesteld;
•
de aanwijzingen van de voertuigfabrikant worden aangehouden (zoals volle tank,
persoon op de bestuurdersstoel, enz.);
•
het voertuig op een vlakke ondergrond staat.
HOOGTE INSTELLING VAN VERLICHTING
In de voertuigen met handmatige regeling van de hoogte instelling van de verlichting:
•
zet de regelaar op "0".
In de voertuigen met automatische regeling van de hoogte instelling van de verlichting:
•
gebruik een diagnose instrument op de koplampen op de basis positie in te stellen zoals
verkregen door de fabrikant.
OPMERKING:
In de voertuigen met luchtveringen , laat de motor nog ongeveer 5 minuten lopen voordat
met de analyse wordt begonnen, en houdt de motor aan gedurende de test, zelfs tijdens het
afstellen van de koplampen.
412