13.1 Wi-Fi
Het apparaat gebruikt de Wi-Fi verbinding om verbinding te maken met het Internet en de
software updates te ontvangen.
Met de Wi-Fi verbinding kan het apparaat ook gebruikt worden via een weergave eenheid.
Ga als volgt verder:
1.
Schakel het apparaat in.
2.
Schakel de weergave eenheid in. *
3.
Start de configuratiefunctie van het apparaat
4.
Volg de instructies op het scherm
(*) Optioneel
Bekijk voor aanvullende informatie de software Bedieningshandleiding.
408