Laser:
Veiligheidsmaatregelen:
•
Richt de laserstraal niet op mensen, vooral niet op het gezicht en de ogen
•
Kijk nooit direct in de laserstraal, zelfs niet als u een veiligheidsbril draagt.
3.4 Apparaat Veiligheid
Het apparaat werd ontworpen om te worden gebruikt in de
omgevingsomstandigheden aangegeven in het hoofdstuk Technische
Kenmerken.
Door het apparaat in omgevingen met temperaturen en vochtigheid te gebruiken
die afwijken van de specificaties kan de efficiëntie ervan negatief beïnvloeden.
Veiligheidsmaatregelen:
•
Plaats het apparaat altijd in een droge ruimte.
•
Houd het apparaat op minimaal 1 meter afstand van de muren.
•
Stel het apparaat niet bloot aan of gebruik het niet in de buurt van warmtebronnen.
•
Gebruik geen bijtende chemicaliën, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen
om het apparaat te reinigen.
Het instrument is ontworpen om mechanisch robuust te zijn en geschikt voor
gebruik in werkplaatsen.
Onzorgvuldig gebruik en overmatige mechanische belasting kunnen de efficiëntie
schaden.
Veiligheidsmaatregelen:
•
Laat het apparaat niet vallen, schud of stoot het niet.
•
Voer geen enkele interventie uit die het apparaat kan beschadigen.
•
Open het apparaat niet en haal het niet uit elkaar.
•
Het apparaat moet alleen op zijn eigen wielen worden bewogen.
•
Pas de positie van de optische bak alleen aan via de specifieke hendel.
•
Gebruik de optische bak niet als een ondersteunend oppervlak.
•
Let er extra op dat de Fresnel lens op geen enkele wijze beschadigd raakt.
384