14.5 Uitlijning met het Voertuig
Voor een juiste fotometrische analyse, moeten het apparaat en het voertuig naar behoren
met elkaar uitgelijnd zijn.
Ga als volgt verder:
1. Vind twee symmetrische elementen in het voorste gedeelte van het voertuig, die gebruikt
kunnen worden als referentiepunten (zoals voertuig carrosseriedelen of de koplampen zelf).
2. Zet de instelbare laseraanwijzer aan gebruikmakend van de specifieke toets.
3. Stel de laseraanwijzers af in de richting van de geselecteerde referentiepunten.
4. Verdraai de optische bak totdat de door de aanwijzer geprojecteerde straal beide
referentiepunten raakt.
415
nl