320320
Waarschuwingen Installatie
• Ga op dezelfde manier te werk
bij de boiler voor toegang tot de
are-aansluitingen.
Voor de aansluiting tussen de buitenunit en de boiler mogen uitsluitend
afzonderlijk geïsoleerde nieuwe koperen (van koudemiddelkwaliteit) leidingen
worden gebruikt.
Als de koudemiddelleidingen worden blootgesteld aan de weersomstandigheden
of aan UV-stralen en de isolatie hier niet tegen bestand is, moet een bescherming
worden voorzien.
De koudemiddelleidingen moeten minimum 5 m lang zijn om een goede werking
te garanderen.
Als de boiler wordt gebruikt met koudemiddelleidingen van minder dan 5 m,
vervalt de garantie van de boiler.
Installeer de slangen en voer ze door de muren met de beschermdoppen erop.
• Draai de moer met een momentsleu-
tel vast met het volgende aanhaalmo-
ment: 17 N.m voor 1/4"-leidingen en
40 N.m voor 3/8"-leidingen.
• Wanneer de aansluitingen uitgevoerd
zijn, moet de dichtheid van de lei-
dingen worden gecontroleerd door
onder druk te brengen met stikstof
(0,35 bar (35 MPa)).
Smeer de flare alleen in
met koelolie
(poylesterolie) om
Vastdraaien met twee sleutels
Sleutel (vast)
Verbindingsmoer
Koude-
middelleiding
Leiding van de
Momentsleutel
• Schroef de moeren op de buizen voor het optrompen.
• Tromp de buizen op. Laat de buis uitsteken met de maat "A" van de matrijs van de
optromptang.