PT
NL
3 - 9 G E B R U I K V A N D E
AANDRIJVER OP DE TOUPIE
Bij cannelurebewerkingen dienen de
twee geleiders van de toupie exact
uitgelijnd te zijn, terwijl bij de
f r e e s b e w e r k i n g e n o f b i j
profileerbewerkingen de twee
geleiders in zigzagpositie t.o.z van
de te verwijderen dikte geplaatst
dienen te worden
Aandrijver STEFF met 3 rollen
(STEFF 2034 - 2038 - 2038CI)
Bij de Aandrijver STEFF met 3 rollen,
dient de frees van de toupie tussen de
middenrol (B) en de ingangsrol (A)
geplaatst te worden.
Aandrijver STEFF met 4/6 rollen
(STEFF 2044 - 2048 - 2068)
De Aandrijver STEFF met 4/6 rollen,
dient zo geplaatst te worden, dat de
frees van de toupie zich onmiddellijk
na de ingangsrollen (A) en (B)
bevindt.
177
Fig.19
STEFF 2034 - 2038 - 2038CI
STEFF 2044 - 2048 - 2068
Fig.20