NL
14 – Nederlands
TABELLA17 - Historiekstoringen
01. Druk op de toets “Set” en houd hem ongeveer 3 seconden ingedrukt.
02. Laat de toets los zodra de led “L1” gaat knipperen.
03. Druk op de toets “
s” of “t” om het brandende ledlampje naar L8 te verplaatsen, dat wil zeggen het “ledlampje ingang”
voor de parameter “Lst storingen”.
04. Druk op de toets “Set” en houd die ingedrukt; de toets “Set” dient tdens de stappen 5 en 6 voortdurend ingedrukt te blven.
05. Wacht ongeveer 3s; daarna zullen de ledlampjes gaan branden die overeenkomen met de manoeuvres waar zich een
storing heeft voorgedaan. Het ledlampje L1 geeft de uitkomst van de meest recente manoeuvre aan, het ledlampje L8 geeft
de uitkomst van de achtste aan. Als het ledlampje aan is, betekent dit dat er zich tdens de manoeuvre storingen hebben
voorgedaan; als het ledlampje uit is, betekent dit dat de manoeuvre ten einde is gekomen zonder storingen.
06. Druk op de toetsen “
s” en “t” in om de gewenste beweging te selecteren: de bbehorende led zal een aantal keer
knipperen, overeenkomend met het aantal keer dat het knipperlicht doorgaans na een storing knippert (zie Tabel 18).
07. Laat de toets “Set” los.
3 s
SET
SET
SET
SET
L1
of
en
3 s
L8
10.2-Lsthistoriekanomalieën
SLIGHT maakt het mogelk de eventuele storingen weer te geven die zich in de
laatste 8 bewegingen hebben voorgedaan, bvoorbeeld het onderbreken van
een beweging door ingrpen van een fotocel of contactlst. Om de lst met de
anomalieën te controleren, gaat u te werk zoals beschreven in tabel 17.
WATTEDOENALS...
(probleemoplossingsgids)
10
10.1-Oplossenvanproblemen
In tabel 16 worden nuttige tips gegeven voor gevallen van storing die tdens de
installatie of b defecten kunnen optreden.
TABEL16-Opsporenvanstoringen
Symptomen Aanbevolencontroles
Deradiozenderstuurtdepoortnietaanen
hetledlampjeopdezendergaatnietbran-
den.
Controleer of de batteren van de zender leeg zn; vervang ze zo nodig
Deradiozenderstuurtdepoortnietaan,
maarhetledlampjeopdezendergaatbran-
den.
Controleer of de zender correct in het geheugen van de radio-ontvanger is opgeslagen
Erwordtgeenenkelemanoeuvreaange-
stuurdenhetledlampje“BlueBUS”knippert
niet.
Controleer of de stroomvoorziening naar de SLIGHT de spanning van het elektriciteitsnet heeft.
Vergewis u ervan dat de zekeringen niet onderbroken zn; zo ja, dan dient u de oorzaak van de storing op
te sporen en ze met andere met dezelfde stroomwaarde en kenmerken te vervangen
Erwordtgeenenkelemanoeuvreaange-
stuurdenhetknipperlichtisuit
Controleer of de instructie daadwerkelk ontvangen is. Als de instructie de ingang PP bereikt, moet het
ledlampje “PP” gaan branden; als daarentegen de radiozender gebruikt wordt, moet het ledlampje “Blue-
Bus” tweemaal snel knipperen.
Erwordtgeenenkelemanoeuvreaange-
stuurdenhetknipperlichtknippertenkele
malen.
Tel het aantal malen dat dat licht knippert en controleer aan de hand van de gegevens in tabel 18
Demaneoeuvrewordtinganggezet,maar
directdaarnastartdeomkering
De geselecteerde kracht is mogelk te laag voor het type hek. Controleer of er sprake is van obstakels en
selecteer eventueel een grotere kracht
Demanoeuvrewordtopdegebruikelijke
wijze uitgevoerd, maar het knipperlicht
werktniet
Controleer of er tdens de manoeuvre spanning op het FLASH-klemmetje van het knipperlicht staat
(aangezien het licht knippert, is de spanningswaarde niet signicant: ongeveer 10-30Vcc); als er span-
ning op staat, is het probleem toe te schrven aan de lamp: deze moet worden vervangen door een lamp
met dezelfde specicaties; als er geen spanning op staat, is er mogelk sprake van overbelasting van de
FLASH-uitgang: controleer of er sprake is van kortsluiting op de kabel.
Demanoeuvrewordtopdegebruikelijke
wzeuitgevoerd,maarhetSCA-controle-
lampjewerktniet
Controleer het type geprogrammeerde functie voor de SCA-uitgang (tabel 7)
Wanneer het controlelampje zou moeten branden, controleert u of er spanning op het SCA-klemmetje
zit (ongeveer 24 Vcc); als er spanning op staat, is het probleem toe te schrven aan het controlelampje:
dat moet worden vervangen door een lampje met dezelfde specicaties; als er geen spanning op staat,
is er mogelk sprake van overbelasting van de SCA-uitgang: controleer of er sprake is van kortsluiting
op de kabel.
F1
F2