15 Apparaat opstellen
De locatie waar het apparaat wordt opgesteld moet vorstvrij zijn, zodat de watervoerende systemen niet
bevriezen.
Plaats het apparaat met behulp van een waterpas horizontaal.
Compenseer oneffenheden op de vloer met behulp van de in hoogte verstelbare pootjes.
16 Apparaat aansluiten
Het apparaat en de eventuele bijbehorende apparaten moeten door een erkend installateur
volgens de ter plaatse geldende normen en voorschriften worden aangesloten.
16.1 Positie van de aansluitingen op het apparaat
PTD 702, PTD 703, PTD 704
Doorvoer voor netaansluitkabel
Doorvoer voor slangen (reinigings-/naspoelmiddel) en kabels
Watertoevoeraansluiting (G¾", buitendraad)
Aansluiting voor het bouwzijdige potentiaalnivelleringssysteem
Afvoerwateraansluiting; afvoerpomp ingebouwd
16.2 Toebehoren
monteren tussen watertoevoerkraan en toevoerslang
62
PTWwEZ DOS A
460
TWwDOS EZ P A
600
G 3/4" G 3/4"
G 3/4"
1500 mm 1500 mm
Ø 24
Ø 28
Ø 46
Ø 18,5
Ø 22,2
Ø 39,7
G 3/4"
1 2 3