16.5 Toevoerslang aansluiten
Oude, aanwezige slangen mogen niet opnieuw gebruikt worden. De toevoerslang mag niet
ingekort of beschadigd worden.
Knik de slang niet bij het monteren.
De toevoerslang en de vuilvanger bevinden zich in het apparaat.
INFO De vuilvanger voorkomt dat er deeltjes vanuit de watertoevoer in het apparaat terechtkomen die
roest op het vaatwerk en in het apparaat veroorzaken.
Sluit de toevoerslang (TWw) aan op het appa-
raat.
Sluit de vuilvanger aan op de watertoevoer-
kraan.
Sluit de toevoerslang aan op de vuilvanger.
Draai de watertoevoerkraan open en contro-
leer of de aansluitingen lekvrij zijn.
16.6 Afvoerslang aansluiten
De slang mag niet worden ingekort of beschadigd.
Knik de slang niet bij het monteren.
De afvoerslang bevindt zich in het apparaat.
Sluit de afvoerslang (A) aan op het apparaat.
Sluit de afvoerslang aan bouwzijdige afvoer.