16.3 Installatieschema
BELANGRIJK
De aansluitingen moeten links of rechts naast het
apparaat zijn gemonteerd.
De exacte maatvoering moet worden afgestemd
op de omstandigheden ter plaatse.
16.4 Watertoeaansluiting
De watertechnische veiligheid is uitgevoerd conform DIN EN 61770. Het apparaat kan zonder tussenschake-
ling van een ander veiligheidssysteem op de waterleiding worden aangesloten.
Watertoevoeraansluiting (G¾", buitendraad)
Ca. 400 mm boven afgewerkte vloer
Naast het apparaat
Het schone water moet in microbiologisch opzicht van drinkwaterkwaliteit zijn.
PTD 701 AE RO,
PTD 702 AE RO
Apparaat zonder
ingebouwde ontharder
Apparaat met
ingebouwde ontharder
3 °dH (3,8 °e /
5,34 °TH; 0,54 mmol/l)
Aanbeveling, zodat het appa-
raat niet verkalkt.
31 °dH (37,6 °e /
53,4 °TH; 5,35 mmol/l)
PTD 701 AE RO,
PTD 702 AE RO
35 °dH (43,9 °e; 62,3 °TH;
6,3 mmol/l)
Minimale dynamische wa-
terdruk
PTD 701 AE RO,
PTD 702 AE RO
Maximale inlaatdruk
(statische waterdruk)
PTD 701 AE RO,
PTD 702 AE RO
Afvoerwateraansluiting
Max. 600 mm boven afgewerkte vloer
Naast het apparaat
TWw
EZ
100*
A
200*
300*
TWw
EZ
A
100*
200*
300*