Alfa Laval Micro
Instructies voor installatie, onderhoud en bediening
27
Afbeelding 18
6.7 Systeemcontrole
Controleer of het volledige systeem juist is geïnstalleerd:
1. Druk op de knop op de relaiskast voor een tijdelijke override.
2. Controleer of de boilertoevoer aan is en controleer of de groene LED op de relaiskast uit is.
3. Druk op de knop MAN op de kamerthermostaat.
4. Stel het instelpunt in op het maximum (35°C) door op de knop te drukken. De boiler gaat aan, de
groene LED gaat na een paar seconden AAN op de relaiskast en het symbool verschijnt op het
LCD-display van de kamerthermostaat.
5. Druk op de knop UIT op de kamerthermostaat. De boiler gaat uit (groene LED UIT op relaiskast) na
een paar seconden en het symbool verschijnt.
6. Controleer de werking van het systeem door meerdere keren op de knoppen MAN en OFF te drukken,
met inachtneming van de schakeltijd die hierboven wordt vermeld.
7. De installatie is voltooid.
8. Kies de bedieningsmodus, zie 8.1 De bedrijfsmodus kiezen.
Alfa Laval adviseert de MAN-modus.
9. De kamerthermostaat is af fabriek ingesteld. Als een functie moet worden afgestemd, kunnen de
waarden worden veranderd met zie 12.3 CM721– Tabel installatieparameters.
Aanvankelijk moet de ingebruikname worden uitgevoerd met de fabrieksinstellingen.