RKHBH/X008BA
Binnenunit voor lucht-water-warmtepompsysteem
4PW54224-1A
Montagehandleiding
15
Controle van het watervolume en de voordruk in het
expansievat
De unit is uitgerust met een expansievat van 10 liter met een
standaardvoordruk van 1 bar.
Omwille van de goede werking van de unit moet de voordruk van het
expansievat mogelijk worden aangepast en moeten het minimale en
maximale watervolume worden gecontroleerd.
1 Controleer of het totale watervolume in de installatie, met
uitzondering van het interne watervolume van de binnenunit,
minimum 10 l bedraagt. Zie "Technische specificaties" op
pagina 42 voor het interne watervolume van de binnenunit.
2 Bepaal aan de hand van de onderstaande tabel of de voordruk
van het expansievat moet worden aangepast.
3 Bepaal aan de hand van de onderstaande tabel en instructies of
het totale watervolume in de installatie kleiner is dan het
maximaal toegelaten watervolume.
Voordruk van het expansievat berekenen
De in te stellen voordruk (Pg) is afhankelijk van het maximale
hoogteverschil van de installatie (H) en wordt berekend als volgt:
Pg=(H/10+0,3) bar
Controle van het maximaal toegelaten watervolume
Het maximaal toegelaten watervolume in het hele circuit berekent u
als volgt:
1 Bepaal voor de berekende voordruk (Pg) het overeenkomstige
maximale watervolume aan de hand van de onderstaande
grafiek.
2 Controleer of het totale watervolume in het hele watercircuit
kleiner is dan deze waarde.
Is dit niet het geval, dan is het expansievat binnenin de binnenunit te
klein voor de installatie.
Voorbeeld 1
De binnenunit is 5 m onder het hoogste punt in het watercircuit
geïnstalleerd. Het totale watervolume in het watercircuit bedraagt
100 l.
In dit voorbeeld is geen actie of aanpassing vereist.
Dit minimale watervolume zal een goed resultaat
produceren voor de meeste toepassingen.
Maar voor kritieke processen of in ruimten met een grote
warmtebelasting kan een extra watervolume vereist zijn.
LET OP
Wanneer de circulatie in elke ruimteverwarmingslus
geregeld wordt door op afstand bediende kleppen, is
het belangrijk dat dit minimale watervolume behouden
blijft, zelfs wanneer alle kleppen dichtgedraaid zijn.
Voorbeeld
FHL1
FHL2
FHL3
M1
T1
M2
T2
M3
T3
54321
7
6
8
1 Buitenunit 8 Omloopklep
(lokale levering)
2 Binnenunit
3 Warmtewisselaar FHL1..3 Vloerverwarmings-
lus (lokale levering)
4 Pomp
5 Afsluiter T1..3 Individuele kamer-
thermostaat (optie)
6 Verdeelstuk
(lokale levering) M1..3 Individuele
gemotoriseerde
klep voor het
regelen van de
FHL1-lus
(lokale levering)
7 Afsluiter
Hoogte-
verschil
installatie
(a)
(a) Hoogteverschil installatie: hoogteverschil (m) tussen het hoogste punt van het
watercircuit en de binnenunit. Als de binnenunit zich op het hoogste punt van de
installatie bevindt, wordt de installatiehoogte beschouwd als zijnde 0 m.
Watervolume
≤280 l
>280 l
≤7 m
Geen aanpassing van voordruk
vereist.
Vereiste acties:
• voordruk moet worden
verlaagd, bereken volgens
"Voordruk van het expansievat
berekenen"
• controleer of het watervolume
kleiner is dan maximaal
toegelaten (aan de hand van
onderstaande grafiek)
>7 m
Vereiste acties:
• voordruk moet worden
verhoogd, bereken volgens
"Voordruk van het expansievat
berekenen"
• controleer of het watervolume
kleiner is dan maximaal
toegelaten (aan de hand van
onderstaande grafiek)
Expansievat van de unit te
klein voor de installatie.
= voordruk
= maximaal watervolume
0.3
0.5
1
1.5
2
2.5
10050
0
10
150 200 250 300 350 400 450
maximum water volume [l]
pre-pressure [bar]