Specicaties voor het overdrukventiel (6) (meegeleverd):
Overdruk: 0,7± 0,05 MPa
Waterdebiet:
Druk verschil MPa 0,05 0,10 0,30
Waterdebiet L/min. 7,2 10,0 19,8
Aanwijzingen voor de installatie van het overdrukventiel (6):
Zorg ervoor dat de afvoeropening van het overdrukventiel naar
beneden is gericht voor een goede afvoer.
WARMWATERKETEL
Waterstroomrichting
Watercontroleventiel
(6a)
Tapwatersysteem
Afvoeropening. Naar
beneden gericht houden
Overdrukventiel (6)
Overdrukventiel (6b)
Tussen het overdrukventiel (6)
en de ketel mogen zich geen
andere kleppen bevinden.
Afvoeropening naar beneden
gericht
Afvoeropening naar boven gericht
? OPMERKING
De afvoerleiding moet altijd aan de atmosfeer blootgesteld zijn, vorstvrij
zijn en neerwaarts hellen, voor het geval dat er water uitlekt.
Het overdrukventiel moet regelmatig worden bediend om kalkaanslag te
verwijderen en te controleren of het niet verstopt is.
! LET OP
• De warmwaterketel zorgt voor warm tapwater. Warmwater uit de
kraan krijgt u alleen als tapwater is aangesloten.
• Voeg ter veiligheid geen ethyleenglycol toe aan de waterstroom. Als u dat
toevoegt, zal het water vervuild worden wanneer de warmtewisselaar lekt.
• Wanneer de hardheid van het water hoger is dan 250-300 ppm, wordt
het aanbevolen om onthard water te gebruiken om de kalkaanslag in
de warmwaterketel te verminderen.
• Spoel de warmwaterketel onmiddellijk door met vers water na de installa-
tie. Spoel elke dag een keer tijdens de eerste vijf dagen na de installatie.
• Probeer lange leidinglengtes tussen de warmwaterketel en de warm
tapwaterinstallatie te voorkomen, om mogelijk warmteverlies te reduceren.
Als de ingangsdruk van het koude water hoger is dan de ontwerpdruk van
de warmwaterketel, moet een drukregelaar worden geïnstalleerd.
• Nadat de warmwaterketel een tijd is gebruikt (afhankelijk van de
kwaliteit van het water en hoe regelmatig het gebruik is), moet deze
worden schoongemaakt en ontkalkt.
a Schakel de stroom uit en sluit de waterinlaatkraan.
b Draai de wateruitlaat kraan open en de afvoerklep om de
warmwaterketel leeg te laten lopen.
! LET OP
Wanneer de ketel wordt ontkalkt kan de temperatuur in de warm-
waterketel iets stijgen, zorg dat u niet verbrandt en de afvoeron-
derdelen niet beschadigd raken.
c Sluit de afvoerklep nadat u een aantal minuten met water hebt
gespoeld en de waterinlaatklep open. Zorg dat de watertoevoer
volledig gesloten is nadat de warmwaterketel met water is
gevuld. Schakel de stroom weer aan zet het weer in bedrijf.
• Controleer regelmatig de warmwaterketel en omgeving om ervoor de
zorgen dat er geen water omheen ligt. Neem bij lekkage contact op
met uw plaatselijke leverancier.
(2) Vereiste onderdelen voor het warm waterrecirculatiecircuit
1
2
3
4
5
5
WARMWATERKETEL
Aard Nr. Naam onderdeel
Leidingaansluitingen
1 Warm waterinlaat (koud water)
2 Warm wateruitlaat (warm water)
Niet-meegeleverd
3 Watercontroleventiel
4 Warm waterpomp
5 Afsluitklep
• Warm waterpomp (niet meegeleverd):
Deze warm waterpomp (4) zal het warm water correct
doen hercirculeren naar de warm waterinlaat. De optionele
afvoerfunctie van de warm waterpomp (code 13) kan worden
ingesteld om het relais van een warm waterpomp aan te sturen
in het geval er een warm waterpomp beschikbaar is, zie 10.5.
• Een waterterugslagklep (niet meegeleverd):
Deze accessoire (3) wordt na de warm waterpomp (4)
aangesloten om ervoor te zorgen dat het water niet
terugstroomt.
• Twee afsluitkleppen (niet meegeleverd) (5):
Één net voor de warm waterpomp (4) en de andere na de
terugslagklep (3).
! LET OP
De warmwaterketel is uitgerust met een veiligheidsthermostaat en de
bedrijfstemperatuur van de veiligheidsthermostaat wordt beïnvloed door
de hoogte (luchtdruk). Zorg ervoor dat de max. warm watertemperatuur
NIET hoger is dan de volgende waarde.
Hoogte
(m)
Luchtdruk
(mmHg)
Max. warm
watertemperatuur
(°C)
4000 424 75
5000 340 70
6000 256 63
VERWARMING/-KOELING EN WARM WATER
16